Extreem laagwater in de Rijn: zo kijken waterbeheerders weken vooruit
De Rijn bereikte deze zomer de laagste afvoer ooit gemeten. Voor waterbeheerders is het dan niet alleen belangrijk hoeveel water er vandaag door de rivier stroomt, maar vooral wat er de komende weken gebeurt. Wordt de situatie nog ernstiger of komt er verlichting? Hydrometeoroloog Jan Verkade bij Deltares maakt rivierverwachtingen die helpen om maatregelen op tijd voor te bereiden. Door klimaatverandering wordt dat steeds belangrijker.
Recordlaagwater in de Rijn
Het lage-afvoerrecord uit 1947 sneuvelde op 8 augustus. Nog nooit stroomde er zo weinig water door de Rijn als deze zomer. Binnenvaartschepen moesten vracht achterlaten, sproeiverboden werden ingesteld en sluizen bleven soms dicht om water vast te houden. Bij Jan Verkade en zijn collega's staat de telefoon roodgloeiend. Journalisten vragen hoe uitzonderlijk de situatie is, waterbeheerders en andere organisaties willen vooral weten wat ze de komende weken kunnen verwachten. Verkade, hydrometeoroloog bij Deltares en lid van de crisisadviesgroep Rivieren van het WMCN, maakt daarvoor met zijn team verwachtingen voor de Rijn en de Maas. "Voor veel maatregelen is het belangrijk om een beeld te hebben van hoe de situatie op de rivieren zich gaat ontwikkelen."
Vijftien dagen vooruit
Een werkdag bij het WMCN begint met de nieuwste meetgegevens, weersverwachtingen en modelberekeningen. Heeft het in Frankrijk, Duitsland of Zwitserland geregend? Hoeveel van dat water bereikt de rivieren? En komen de nieuwste metingen overeen met wat de modellen eerder voorspelden? Twee keer per week maakt het team een verwachting voor de komende vijftien dagen. Verkade vergelijkt metingen met modeluitkomsten en bespreekt opvallende ontwikkelingen met collega's. "Ik vermoed dat deze rapportages bij normale waterstanden niet echt gelezen worden. Nu weet je dat jouw tabel gebruikt wordt voor het nemen van allerlei besluiten. Dan ga je zelf ook kritischer kijken."
Van voorspelling naar voorbereiding
Sommige maatregelen kunnen niet pas worden genomen wanneer de waterstand daadwerkelijk extreem laag is. Verkade noemt het Twentekanaal als voorbeeld. Bij een lage afvoer van de IJssel is minder water beschikbaar om het kanaalsysteem op peil te houden en kunnen sluizen tijdelijk worden gesloten om water vast te houden. De rivierverwachtingen helpen om zo'n situatie eerder te zien aankomen. Verkade adviseert zelf niet welke maatregelen moeten worden genomen. "Ik ga niet zeggen welke beslissing iemand moet nemen. Ik probeer zo goed mogelijk te vertellen wat we verwachten dat de rivier gaat doen. Daarbij is het ook belangrijk om aan te geven wat de onzekerheidsmarge is.”
Wie gebruikt de voorspellingen?
De vijftiendaagse verwachtingen zijn één van de informatiebronnen voor de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW). Hierin werken onder meer Rijkswaterstaat, waterschappen en het KNMI samen. Als watertekorten dreigen, volgt de LCW de droogtesituatie en brengt de commissie informatie over onder meer rivierafvoeren, neerslag en verwachtingen bij elkaar. Op basis van dat totaalbeeld wordt geadviseerd over maatregelen om de gevolgen van watertekorten te beperken.
Van hoogwater naar laagwater
Het voorspellen van extreem laagwater is voor het WMCN relatief nieuw. "Vroeger heette onze groep gewoon de hoogwatergroep." Rijkswaterstaat heeft een wettelijke taak om voor hoogwater te waarschuwen. Voor laagwater bestaat die formele taak niet, maar de behoefte aan verwachtingen is de afgelopen jaren sterk gegroeid. "Er komen steeds meer vragen om ook iets te zeggen over laagwater. Een hoogwatergolf trekt meestal binnen tien tot vijftien dagen voorbij, terwijl droogte zich veel langzamer kan opbouwen en langer kan aanhouden. Dat vraagt ook om een andere manier van vooruitkijken.”
De eerste signalen in april
De uitzonderlijke lage waterstanden kwamen niet uit de lucht vallen. "Begin april zagen we dat er in Zwitserland uitzonderlijk veel minder neerslag viel dan normaal." Ook daarna bleef de regen uit en smolt de sneeuw in de Alpen vroeg weg. Normaal zorgt dat smeltwater voor extra aanvoer naar de Rijn, maar die toename bleef dit jaar grotendeels uit. In augustus werd duidelijk hoe uitzonderlijk de situatie was: het lage-afvoerrecord uit november 1947 werd verbroken. Nog nooit was de afvoer zo vroeg in het jaar zo laag geweest.
Klimaatverandering maakt laagwater belangrijker
Volgens Verkade zullen dit soort situaties vaker voorkomen. "Zowel hoogwater als laagwater komen vaker voor en worden heftiger. En het laagwater gaat ook nog eens langer duren." Tegelijk verandert de manier waarop de Rijn wordt gevoed. Door kleinere gletsjers en minder langdurige sneeuwbedekking wordt de rivier in de zomer afhankelijker van regen. Uitgedroogde bodems reageren bovendien anders op neerslag. "We leren bij over hoe de hydrologie met het klimaat verandert. Het is niet alleen een verandering in getallen, maar ook in mechanismen. We zijn nu ervaring aan het opdoen in een situatie die voor ons eigenlijk nieuw is."
De volgende droogte een stukje slimmer
Extreme zomers leveren daardoor nieuwe onderzoeksvragen op. Onderzoekers vergelijken hun voorspellingen met wat werkelijk in de rivier gebeurt en ontdekken waar modellen goed werken en waar kennis ontbreekt. "We zitten nu zo met onze neuzen op de frontlinie dat ook meteen duidelijk wordt waar de kennisvragen zitten." Voor waterbeheerders betekent klimaatadaptatie daarmee niet alleen maatregelen nemen tegen droogte, maar ook beter leren voorspellen wanneer die nodig kunnen zijn. Iedere extreme zomer levert daarvoor nieuwe informatie op. Zoals Verkade het samenvat: "We hadden deze situatie nog niet eerder meegemaakt. Nu we er middenin zitten, leren we ontzettend veel. Bij een volgende droogte zijn we daardoor weer een stukje slimmer."

Jan Verkade
Verder lezen?
Misschien vind je deze pagina's ook interessant:
