‘Tot in de haarvaten van de regio over klimaat praten’
In 45 werkregio’s werken overheden door heel Nederland samen aan klimaatadaptatie. Omdat de omvang, organisatie en ambitie van die werkregio’s verschillen, wisselt ook het tempo van de voortgang. Het Rijk biedt de komende twee jaar ondersteuning bij de versterking van de aanpak en dialogen over klimaatrisico’s.
Om te zorgen dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is, werd zes jaar geleden het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) opgesteld. Voor de uitvoering daarvan zijn 45 DPRA-werkregio’s gevormd. In het voorjaar van 2026 staat na de eerste ronde de herijking van de Deltabeslissing gepland. Hoever zijn de werkregio’s intussen?
Tijdsdruk
Bij de start van het Deltaplan zijn de werkregio’s gevraagd stresstesten uit te voeren en een uitvoeringsagenda vast te stellen op basis van dialogen over klimaatrisico’s. “De stresstesten zijn overal gedaan”, vertelt Pieter den Besten, landelijk programmanager DPRA. “Maar het houden van risicodialogen viel in de coronaperiode, waardoor fysiek afspreken onmogelijk was. Bovendien moesten werkregio’s projectvoorstellen indienen om gebruik te kunnen maken van een subsidieregeling; daar zat veel tijdsdruk op.”

Risico’s accepteren
Terugkijkend op de eerste zes jaar ziet hij dat de samenwerking rond projectvoorstellen in veel werkregio’s effectief was: “Als in een wijk bijvoorbeeld het riool aan vervanging toe was, werd de herinrichting klimaatadaptief aangepakt.” Hij ziet ook dat veel werkregio’s moeite hebben om een tweede cyclus van stresstesten, risicodialogen en uitvoeringsagenda’s te doorlopen. “Daarbij gaat het er ook om dat je bespreekt welke klimaatrisico’s je gezamenlijk accepteert en dat je de discussie over klimaatadaptatie verbreedt naar andere sectoren van de samenleving.”
Wie doet wat?
Nadenken over klimaatrisico’s vereist een brede blik op gebiedsontwikkeling en maatschappelijke opgaven. En ook afstemming tussen overheden en andere organisaties op verschillende schaalniveaus – van lokaal tot landelijk. Veel werkregio’s beseffen volgens Den Besten dat een fundamenteel gesprek over verantwoordelijkheden en rollen nodig is om klimaatadaptatie verder te brengen. Maar hoe voer je zo’n gesprek effectief?
Maatwerk
De landelijke DPRA-stuurgroep heeft opdracht gegeven om de komende twee jaar ondersteuning te bieden bij de start van de tweede DPRA-cyclus. Deze ondersteuning is allereerst gericht op het voeren van een discussie in de werkregio over de vraag: wat is klimaatbestendig? Welke doelen hanteren we? “Werkregio’s die daar al ver mee zijn kunnen de ondersteuning gebruiken voor vervolgstappen, zoals het voeren van lokale risicodialogen”, aldus de programmamanager. “En waar lokaal veel op orde is, kan het afstemmen bijvoorbeeld bovenregionaal gebeuren. Werkregio’s die hun doelen nog niet helder hebben kunnen de ondersteuning juist daarvoor inzetten. Maatwerk dus.”
Online leeromgeving
Twee adviesbureaus gaan samen met een werkregio (of meerdere werkregio’s) vijf bijeenkomsten begeleiden of helpen organiseren. Werkregio’s kunnen bovendien van elkaar leren via een online leeromgeving. Daar staan ook voorbeelden die ze kunnen gebruiken om na te denken over doelen en het monitoren van de effecten van klimaatmaatregelen.
Praten met de vitale sector
Diverse werkregio’s zijn voortvarend bezig met klimaatadaptatie. Bijvoorbeeld in Limburg. Bij de provincie Limburg werkt Ivo Huits als coördinator van de bovenregionale stresstest samen met de vier werkregio’s in Limburg: “Het leek ons een goed idee om samen met de vitale sector de mogelijke gevolgen van klimaatrisico’s te bespreken.” Aanbieders van vitale diensten werden uitgenodigd voor een Kennis in de Regio-bijeenkomst in het najaar van 2025. Dat gebeurde via de Veiligheidsregio, vertelt Huits: “Zij kennen de vitale sector immers beter dan wij.”
Gericht uitnodigen
Huits en zijn collega’s belden en mailden veel organisaties zelf: “Wegbeheerders houden ook stresstesten en zien daar het nut van. Zij komen wel. Maar energiebedrijven en ziekenhuizen zijn terughoudend met informatie delen. Je moet echt je best doen om uiteenlopende partijen erbij te krijgen.” De opkomst stemt hem tevreden, al merkte hij dat veel organisaties beleidsmedewerkers hadden afgevaardigd, in plaats van beheerders of assetmanagers: “Juist hen wil je aan tafel. Daarom gaan we de volgende keer nog preciezer uitnodigen.”
Wederzijds vertrouwen
De bijeenkomst heeft een goede indruk opgeleverd van wat de vitale sector kan en wil vertellen. Daarmee heeft Huits een basis voor een breed netwerk binnen de regio: “Door nu te investeren in contacten kunnen we elkaar in het vervolgtraject makkelijker vinden. Het fysieke gesprek versterkt ook het wederzijdse vertrouwen, waardoor de bereidheid van organisaties om bij te dragen toeneemt.” Zijn tip voor andere werkregio’s: “Wees bij je uitnodiging voor een bijeenkomst zo duidelijk mogelijk over wat je uit de sessie wilt halen. Dat bepaalt welke mensen komen en welke input zij aandragen.”

Persoonlijke benadering
De werkregio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden organiseerde begin november een risicodialoog over water en klimaat. Ook daar werden belanghebbenden persoonlijk benaderd, vertelt Maureen Pesman, regisseur van de klimaatwerkgroep in de werkregio. “We wilden de dialoog zo breed mogelijk insteken om alle aandachtspunten in onze regio mee te nemen en onze blinde vlekken in beeld te krijgen.”
Financiële sector ontbreekt nog
Er is veel landbouw in het gebied. Pesman beschrijft de mentaliteit van de bevolking als vrij behoudend: “Tegelijkertijd is de betrokkenheid van mensen groot. Ze willen graag meedenken over de toekomst van hun leefomgeving.” Bij de bijeenkomst waren veel vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties. Pesman had graag ook deelnemers vanuit de financiële wereld ontmoet: “Daar hebben we tot nu toe weinig contacten. Verder hoop ik de volgende keer op meer vertegenwoordigers uit de landbouw.”
Tot in de haarvaten van de Regio
De bijeenkomst leverde een groot netwerk op van organisaties die DPRA hebben leren kennen en daar enthousiast over zijn. Pesman: “De deelnemers willen daar in hun eigen netwerk over doorpraten. Op die manier komt het gesprek over klimaatadaptatie tot in de haarvaten van de regio. Daarom is het voor een risicodialoog belangrijk dat je mensen zoekt die vanuit hun vak- of gebiedskennis kunnen bijdragen, en niet per se vanuit hun functie.”
Het probleem is van iedereen
De dialoog verbreden naar andere sectoren is volgens Den Besten dé te zetten stap de komende tijd. “Dit zal elke werkregio op haar eigen manier oppakken, afhankelijk van hoe de samenwerking tussen overheden is georganiseerd en hoe zij gewend zijn hun omgeving te betrekken.” Ook in deze fase verwacht hij dat het tempo verschilt: “Sommige regio’s staan in de startblokken voor de tweede cyclus, andere moeten nog op adem komen na de eerste ronde.
Belangrijk is vooral dát er voortgang in zit. Als je kijkt naar de schattingen over schade en kosten van klimaatrisico’s, is het tienvoudige aan inspanningen nodig om ons land op tijd klimaatbestendig te maken. We weten niet waar de klappen zullen vallen, maar alleen al de weersextremen in Limburg en Enschede laten zien hoe ontwrichtend deze kunnen zijn. Dat is een probleem van iedereen: van de overheden samen, maar ook van burgers en ondernemers. Dus daar moeten we samen mee aan de slag.”

Pieter den Besten
Verder lezen?
Misschien vind je de volgende pagina's ook interessant:
