Nieuwe Nationale Klimaatadaptatiestrategie ter inzage: “We moeten keuzes maken”
De nieuwe Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS ’26) ligt vanaf 9 juni 2026 ter inzage. In de strategie staat hoe Nederland zich beter kan voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering. In dit interview vertelt Chantal Oudkerk Pool hoe de strategie tot stand is gekomen en wat er verandert. Ook legt ze uit hoe mensen kunnen reageren op de plannen.
Wat is de aanleiding voor de NAS ’26?
“De vorige NAS komt uit 2016 en voldoet niet meer. We hebben die laten evalueren en daaruit bleek dat we nog niet genoeg doen. Tegelijkertijd hebben we nieuwe informatie gekregen, zoals de klimaatrisicoanalyse van het PBL en de klimaatscenario’s van het KNMI. Hieruit leren we dat de opgave nog groter wordt. Kortom, Nederland moet harder aan de bak om klimaatbestendig te worden.”

Wat is er nieuw in deze NAS, en wat vind je zelf belangrijk om te benoemen?
“We leggen explicieter de relatie tussen wat we willen bereiken en wat we doen. Voor verschillende sectoren hebben we ambities benoemd met zo concreet mogelijke doelen. Vervolgens benoemen we de inspanningen die daarbij horen. En wat ik belangrijk vind: we maken duidelijk dat het Rijk dit niet alleen kan. We hopen dat deze NAS andere partijen uitnodigt om hun bijdrage te leveren.”
Caribisch Nederland heeft een prominente plek in de nieuwe NAS. Waarom is dat zo belangrijk?
“Caribisch Nederland hoort bij Nederland, dus dat moet ook in de strategie terugkomen. De situatie daar is wel heel anders. Zo manifesteert klimaatverandering zich op de eilanden bijvoorbeeld als een grotere kans op orkanen in de zwaarste categorie en als verzuring van oceanen. Dit leidt onder andere tot aantasting van koraalriffen. Ook zijn visserij en toerisme op de eilanden kwetsbare sectoren. Je kunt dus niet één-op-één hetzelfde beleid toepassen als in Europees Nederland.”
Wat is nog meer anders aan deze NAS?
“Wat we nadrukkelijk doen, is de lange termijn verbinden met wat je nu doet. In de vorige NAS stond: we moeten klimaatbestendig zijn in 2050. Maar je moet op elk moment voorbereid zijn. We hebben al gezien dat extreme gebeurtenissen zich voordoen, dus je moet nu klaarstaan. Tegelijkertijd moet je vooruitkijken tot 2100, want wat je nu bouwt, staat er vaak nog 100 jaar.”
“Daarnaast hebben we vier integrale opgaven benoemd, zoals ruimtelijke ordening en een klimaatweerbare samenleving. Dat laatste is een nieuw accent. Daarbij gaat het erom dat mensen beter weten wat hun risico’s zijn en wat ze kunnen doen. Zelfredzaamheid is daarin belangrijk. Ook financiering is zo’n integrale opgave. We maken duidelijk dat klimaatadaptatie een gedeelde verantwoordelijkheid is. Het Rijk kan niet alles betalen. Iedere partij zal vanuit zijn rol moeten bijdragen.”
Een opvallend onderdeel zijn de zogenoemde ‘adaptatiepadenkaarten’. Wat zijn dat precies en wat kun je daarmee?
“Dat zijn een soort metrokaarten met verschillende routes om je aan te passen aan klimaatverandering. We laten zien welke keuzes je kunt maken en hoe lang die effectief zijn. Dus je ziet dat als het klimaat sneller verandert, je met sommige opties niet zo lang uit de voeten kunt. Het gaat er overigens niet om dat je één pad kiest. Vaak heb je een combinatie nodig en verschilt het per gebied wat nodig en passend is.”
Kun je een concreet voorbeeld geven?
“Bij cultureel erfgoed zie je dat duidelijk. In eerste instantie willen we dat natuurlijk zo goed mogelijk in stand houden, bijvoorbeeld door beschermingsmaatregelen in de omgeving of aan het erfgoed zelf. Maar op een gegeven moment kom je op een punt dat dat niet overal meer lukt. Dan moet je nadenken over verplaatsen of selectief behouden. Dus dat je zegt: een deel kunnen we behouden, maar van een deel moeten we op een gegeven moment misschien wel afscheid gaan nemen. Die kaarten maken zichtbaar dat zulke keuzes eraan komen. Door dat nu al te signaleren, kun je daar tijdig over in gesprek gaan. Hoe complexer de keuze, hoe meer voorbereidingstijd je wil hebben.”
Hoe is deze NAS eigenlijk tot stand gekomen?
“We hebben hier twee jaar lang met veel partijen aan gewerkt. Het is ‘rijksbreed’ opgepakt: verschillende ministeries hebben hun eigen onderdelen geschreven. Daarnaast hebben we regelmatig met twee klankbordgroepen overlegd en verschillende ateliers georganiseerd. Mensen dachten daar constructief mee en je zag een grote betrokkenheid. Daar ben ik heel dankbaar voor. In die bijeenkomsten kwamen patronen naar boven: wat roept vragen op, waar zit verwarring en waar zit juist draagvlak. Die input hebben we zo goed mogelijk verwerkt.”
De NAS ligt nu ter inzage. Hoe kunnen mensen reageren, en wat doen jullie met die reacties?
“De ontwerp-NAS ligt zes weken ter inzage en iedereen kan reageren. Dat kunnen individuen zijn, maar ook organisaties. Mensen kunnen hun zienswijze indienen via een platform, en voor Caribisch Nederland kan dat per e-mail. We stellen drie vragen centraal: biedt de NAS voldoende duidelijkheid over wat nodig is, wat gaat het Rijk doen en wat kunnen anderen doen? Maar alle feedback is welkom. Ook als ze vinden dat iets ontbreekt of anders moet. Die reacties nemen we mee in de verdere uitwerking.”
Tot slot: wat is voor jou de belangrijkste boodschap van deze NAS?
“Dat klimaatbestendig niet betekent dat het risico nul is. Dat is niet mogelijk. Maar ook dat we vooruit moeten kijken en keuzes moeten maken. Je kunt niet blijven doen wat je deed en hopen dat het goed komt. De NAS maakt zichtbaar wat er nodig is en wanneer je in actie moet komen. En dat is misschien wel de belangrijkste stap.”

Chantal Oudkerk Pool
Document
Verder lezen?
Misschien vind je deze pagina ook interessant:
