Hoe kunnen adaptatiemaatregelen de stedelijke waterkwaliteit beïnvloeden?

Er zijn veel verschillende maatregelen waarmee we de gevolgen van klimaatverandering kunnen beheersen. Dit noemen we adaptatiemaatregelen. Zulke maatregelen kunnen een positief effect hebben op de stedelijke waterkwaliteit. Door verhardingen te vervangen door groen, kan er tijdens extreme neerslag wateroverlast worden voorkomen en zullen riooloverstorten bijvoorbeeld minder vaak in werking treden. Tegelijk kunnen adaptatiemaatregelen ook een negatief effect hebben op de waterkwaliteit. Zo zijn groene daken een mogelijke bron van verontreinigingen. Hieronder staat een tabel met daarin de verschillende maatregelen en wat voor effect ze kunnen hebben op de waterkwaliteit. Daaronder vind je per maatregel een toelichting.

Adaptatiemaatregelen en het effect op de waterkwaliteit
Positief effect Negatief effect
Groene daken
  • Zorgen voor vertraagde afvoer en dus voor minder riooloverstorten
  • Kunnen fosfor- en nutriëntengehalte in het oppervlaktewater verhogen
Wadi's
  • Planten vangen stikstof af
  • Goed bestand tegen droogte
  • Minder afvoer via riolering, dus minder riooloverstorten
  • Verontreinigingen kunnen zich verzamelen en infiltreren in grondwater
  • Gezondheidsrisico’s
Infiltrerende bestrating
  • Minder afvoer via riolering, dus minder riooloverstorten
  • Risico dat kalk of andere verontreiniging in grondwater terechtkomt
Verharding vergroenen
  • Minder afvoer via riolering, dus minder riooloverstorten
  • Mogelijke bron van fosfor in oppervlaktewater
  • Kan watervraag verhogen in droge periodes
Wegdek als berging
  • Minder afvoer via riolering, dus minder riooloverstorten
  • Meer kans op verontreinigingen in oppervlakte- of grondwater
Regenwater afkoppelen
  • Minder afvoer via riolering, dus minder riooloverstorten
  • Verbeterde aanvoer regenwater naar oppervlaktewater en dus betere doorspoeling
  • Mogelijk meer verontreinigingen in oppervlaktewater via afspoeling

Groene daken

Groene daken zijn er in verschillende soorten. Ze kunnen hittestress verminderen, bijdragen aan de biodiversiteit, en water infiltreren waardoor het minder snel afstroomt. Met een groen dak kun je ook extra water bergen, bijvoorbeeld door middel van een krattensysteem onder het groen. Een positief effect van groene daken is dat ze zorgen voor minder riooloverstorten. Een negatief effect van sommige groene daken is dat ze de waterkwaliteit van oppervlaktewater kunnen verslechteren.

Hoe kunnen groene daken de waterkwaliteit verslechteren?
Groene daken kunnen een bron zijn van verontreinigingen in het oppervlaktewater. Water dat afspoelt van groene daken, kan vooral hoge concentraties fosfor bevatten. Die fosfor is afkomstig van de ondergrond van het groen, waarin veel voedingsstoffen (nutriënten) zitten. De hoeveelheid nutriënten hangt af van het type groen dat op het dak groeit. Fosfor kan daarnaast ook nog afkomstig zijn van bemesting die op groene daken wordt gebruikt. Zo worden sommige groene daken bijvoorbeeld gebruikt om gewassen te verbouwen. De uiteindelijke nutriëntenbelasting op het watersysteem hangt af van de hoeveelheid water dat het dak kan vasthouden en afvoeren. Als dit slechts kleine hoeveelheden water zijn, of juist grote hoeveelheden met een lage concentratie nutriënten, zal de impact op het oppervlaktewater beperkt zijn.

Wadi’s

Een wadi of infiltratiestrook is een verlaagde groenstrook met een goed infiltrerende bodem, die regenwater kan vasthouden en infiltreren. Wadi’s worden vooral gebruikt om water tijdelijk te bergen en zo wateroverlast door hevige neerslag te voorkomen. Wadi’s zijn bedekt met gras en/of planten, en passen daarom goed in groengebieden en groenstroken. Ze zijn vooral geschikt voor bodems die goed doorlaatbaar zijn, waardoor het regenwater goed kan infiltreren. Wadi’s hebben positieve en negatieve effecten op de waterkwaliteit.

Wat zijn positieve effecten?
Wadi’s hebben twee belangrijke positieve effecten:

  • Door water te bergen in wadi’s kunnen verontreinigingen worden gefilterd uit afstromend regenwater. Dit proces van ‘bioretentie’ verbetert de kwaliteit van het regenwater, dat uiteindelijk in het stedelijk oppervlaktewater of in het grondwater terechtkomt. Daarnaast draagt de beplanting in wadi’s bij aan de verwijdering van stikstof.
  • Wadi’s zorgen ervoor dat de grondwaterspiegel aangevuld wordt door het regenwater, waardoor je ze weinig hoeft te besproeien. Ook kunnen wadi’s de behoefte aan bemesting verminderen doordat ze veel meer afstromend regenwater en dus ook meer voedingsstoffen (nutriënten) ontvangen dan traditionele grasvelden.

Wat zijn negatieve effecten?
Wadi’s kunnen verschillende negatieve effecten hebben op de grondwaterkwaliteit:

  • Als er strooizout is gebruikt, kan een deel daarvan bij neerslag via wadi’s en groenstroken in het grondwater terechtkomen.
  • Regenwater dat een wadi in stroomt, kan verschillende verontreinigingen meenemen, zoals slijpsel en olie van wegen. Een deel van deze verontreinigingen kan in het grondwater terechtkomen, en een ander deel hoopt zich op in de wadi. Uit onderzoek blijkt dat wadi’s verhoogde waarden kunnen hebben van koper, lood of zink. Meestal is wel duidelijk waar deze zware metalen vandaan komen, zoals van drukke wegen, parkeerplaatsen of dakgoten.
  • Water in wadi's kan ook ziekteverwekkers bevatten. Daarmee kunnen ze een risico vormen voor de gezondheid van mens en dier. Dat is bijvoorbeeld het geval als kinderen spelen of zelfs zwemmen in een wadi. Ziekteverwekkers kunnen meekomen met afspoelend regenwater, of bijvoorbeeld via ontlasting van dieren in het water terechtkomen. Zo kunnen wadi’s bijvoorbeeld aantrekkelijk zijn om honden in uit te laten. En een wadi kan een habitat vormen voor ziektedragende dieren, zoals vogels en ratten. Ziekteverwekkers kunnen ook in wadi’s terechtkomen als huishoudelijk afvalwater verkeerd is aangesloten: niet op het vuilwaterriool, maar op het regenwaterriool.

Infiltrerende bestrating

Waterdoorlatende of -passerende bestrating wordt gebruikt om wateroverlast door extreme neerslag tegen te gaan. Het regenwater infiltreert dan in de bodem: bij waterdoorlatende bestrating gebeurt dat via stenen en bij waterpasserende bestrating gebeurt het via de voegen tussen de stenen.

Welke effecten heeft infiltrerende bestrating op de waterkwaliteit?
Infiltrerende bestrating hoeft geen probleem te zijn, maar er zijn wel een paar risico’s:

  • Waterpasserende bestrating bevat vaak kalkhoudende grindmengsels. Dat hoeft geen probleem te zijn. Maar deze grindmengsels zijn niet altijd bestand tegen de belasting van het verkeer dat eroverheen rijdt. Het risico is dan dat het grindmengsel vermalen wordt, waardoor kalkhoudende materialen in de bodem en het grondwater kunnen infiltreren. Waterpasserende bestrating is daarom niet geschikt voor wegen en parkeerplaatsen die intensief worden gebruikt of bij voorbaat al vervuild zijn.
  • Onder infiltrerende bestrating ligt vaak een bufferlaag van grover grind. In die bufferlaag kan het water tijdelijk worden opgeslagen. Het is belangrijk om voor de bufferlaag milieuvriendelijk materiaal te gebruiken dat geen invloed kan hebben op de kwaliteit van het grondwater, zoals kalkarm zand of grind. Want door infiltratie stroomt er altijd iets mee van het buffermateriaal.

Verharding vergroenen

Door klimaatverandering krijgen we warmere zomers en meer hittegolven. Dat leidt tot een toename van hittestress, vooral onder kwetsbare mensen zoals ouderen. Om hittestress tegen te gaan, vervangen gemeenten verhardingen steeds vaker door groen, zoals bomen, struiken en andere planten. Vergroening heeft een positief effect en twee negatieve effecten op de waterkwaliteit.

Wat is het positieve effect?
Vergroening heeft een positief effect op de waterkwaliteit bij hevige neerslag: omdat de planten en bodem water opnemen, stroomt er minder regenwater naar het riool en treden er minder riooloverstorten in werking.

Wat zijn de negatieve effecten?
Door afstroming van neerslag kan vergroening van de openbare ruimte ook een negatief effect hebben: afgevallen bladeren kunnen dan een bron zijn van nutriënten en dus van fosfor. Het afstromend water spoelt deze bladeren of de resten ervan het oppervlaktewater in. Dit probleem kun je oplossen door regelmatig afgevallen bladeren op te vegen. Ook maakt het uit waar de bomen staan: langs wegen neemt het regenwater meer afgevallen blad mee dan bijvoorbeeld op een grasveld of in een park. Daarnaast kunnen bomen die langs het water staan directe bladinval in het water veroorzaken. Een ander mogelijk nadeel van vergroenen is dat je het groen in droge periodes water moet geven, wat extra druk kan leggen op de watervraag.

Tijdelijke waterberging en vertraagde afstroming op wegdek

Het wegdek wordt steeds vaker gebruikt om regenwater tijdelijk te bergen of vertraagd af te voeren. Dat kan bijvoorbeeld door het water tijdelijk te bergen tussen trottoirbanden, of de afvoer ervan te vertragen met goten of holle wegen. Het kan een negatief effect hebben op de waterkwaliteit van het grond- en oppervlaktewater om regenwater vertraagd af te voeren via het wegdek. Doordat het water langer op het wegdek blijft, zullen zich namelijk meer verontreinigingen van dit wegdek in het water verzamelen. Denk daarbij aan metalen en oliën, maar ook nutriënten en strooizout. Deze verontreinigingen komen via infiltratie, hemelwaterafvoer of overstorten van gemengde riolering in het watersysteem terecht. Toch heeft deze tijdelijke waterberging op straat de voorkeur boven het vergroten van het riool. In grotere riolen hoop zich namelijk makkelijker vuil op door de lagere stroomsnelheden, waardoor de vervuiling bij overstorten groter is dan bij waterberging op straat.

Regenwater afkoppelen

Om overstroming van het riool na hevige regen te voorkomen, worden wegen en trottoirs vaak afgekoppeld van het rioolstelsel. Het water dat hierop valt, gaat dus niet naar het riool, maar infiltreert lokaal in de bodem of stroomt af naar stedelijk oppervlaktewater. Dat heeft als positief effect dat er meer ruimte is in het riool voor het afvoeren van regenwater, waardoor er minder riooloverstorten zijn. Het oppervlaktewater raakt daardoor minder snel vervuild met vuilwater uit het riool. Een mogelijk negatief effect is dat er via afspoeling meer verontreinigingen in het oppervlaktewater terecht kunnen komen.