Hoeveel droger wordt het?

Vooral het voorjaar en de zomers worden droger. En de kans op langdurige droogte neemt toe. Maar hoeveel droger wordt het? Waarom is droogte moeilijk te voorspellen? En waardoor wordt de droogte veroorzaakt?

Hoeveel droger is het volgens het KNMI?

Volgens het Klimaatsignaal’21 is vanaf 1965 de droogte in het binnenland toegenomen. In het kustgebied nam de droogte niet toe. Dit komt doordat in het binnenland de zonnestraling meer is toegenomen dan aan de kust. Ook viel er aan de kust meer regen. Daarnaast zijn volgens KNMI-waarnemingen in Nederland de temperatuur, de zonnestraling, de verdamping en het neerslagtekort de afgelopen 30 jaar toegenomen. Deze veranderingen zijn vooral te zien in het voorjaar. Sinds de jaren 90 nam de zonnestraling in dit seizoen toe met ruim 4% per tien jaar. Het maximale neerslagtekort in het groeiseizoen (april tot en met september) nam de afgelopen dertig jaar toe met ruim 8% per tien jaar.

Hoeveel droger wordt het in de toekomst?

In Nederland is er elke zomer sprake van droogte en van een neerslagtekort. Als het neerslagtekort erg groot wordt, zoals in de zomers van 2018 en 2019, kan de droogte voor problemen zorgen. In het kaartverhaal ‘Het wordt droger’ van de Klimaateffectatlas kun je zien dat het neerslagtekort in de toekomst kan toenemen in de zomer. Deze cijfers zijn gebaseerd op statistieken van de KNMI’14-scenario’s. In het huidige klimaat heeft een extreem droog jaar dat eens in de 10 jaar voorkomt een neerslagtekort van 225mm bij De Bilt. In 2050 en bij het hoogste klimaatscenario is dit neerslagtekort opgelopen tot 301 mm, dit is vergelijkbaar met de droge zomer van 2018. In 2085 loopt deze waarde verder op naar 331 mm. Daarnaast laten de KNMI-statistieken zien dat onder het hoogste klimaatscenario het gemiddeld aantal opeenvolgende droge dagen in een jaar in de toekomst toeneemt. In 2014 waren er bij De Bilt gemiddeld 17 opeenvolgende droge dagen waarbij er minder dan 0,3 mm neerslag valt. In 2085 kan dit oplopen tot gemiddeld 20 opeenvolgende dagen per jaar. Het Klimaatsignaal’21 bevestigd op basis van nieuwe klimaatmodellen dat de kans op droogte en neerslagtekorten toeneemt. De kans op droogte in de zomer wordt groter en de duur van droge periodes kan toenemen.

De KNMI klimaatscenario’s en het Klimaatsignaal’21

Het KNMI ontwikkelt sinds 1995 eens in de zoveel jaar klimaatscenario’s in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Deze KNMI-scenario’s zijn een vertaling van de mondiale klimaatprojecties naar Nederland. De laatste KNMI-scenario’s zijn gepubliceerd in 2014. Het KNMI publiceert de nieuwste kennis over de ontwikkeling van het klimaat in Nederland in twee delen. In 2021 is het Klimaatsignaal’21 uitgebracht. In 2023 komen de nieuwe klimaatscenario’s beschikbaar. Lees hierover meer in het artikel ‘Wanneer komen er nieuwe klimaatscenario’s?’

Waarom is droogte lastig te voorspellen?

Volgens het KNMI blijft droogte lastig te voorspellen. Reden hiervoor is dat veel verschillende zaken invloed hebben op hoeveel water er verdampt. Bijvoorbeeld hoe bewolkt het is, hoe droog de lucht is, hoe hard het waait en hoe nat de grond is. Maar ook hoeveel bladeren de bomen hebben en hoe diep ze wortelen. Daarnaast spelen er veel processen die elkaar versterken en beïnvloeden. Deze processen zijn in modellen lastig door te rekenen. Zo valt er uit een droge lucht minder regen en zijn er minder wolken. De zonnestraling is hierdoor hoger en dit zorgt voor meer verdamping, en dus meer droogte.

Wat zijn de oorzaken van meer droogte?

Het voorjaar en de zomers worden waarschijnlijk droger. Ook de kans op langdurige droogte neemt toe. Hiervoor zijn volgens het Klimaatsignaal’21 van het KNMI verschillende oorzaken:

  • De zomerneerslag zal in de toekomst waarschijnlijk gelijk blijven of afnemen, terwijl de verdamping zal toenemen. De toenemende verdamping wordt vooral veroorzaakt door hogere temperaturen en wordt verder versterkt door een afname van bewolking en dus meer zonnestraling.
  • Er is een kans dat in de toekomst de wind vaker uit het oosten komt. Dit brengt drogere lucht naar ons land. Deze verandering komt deels door een afname van de Golfstroom waardoor de Noord-Atlantische Oceaan afkoelt. Tegelijkertijd warmt het Middellandse Zeegebied op. Samen zorgen deze veranderingen voor een grotere kans op oostenwind.
  • Veranderingen in luchtstromingen in het voorjaar kunnen leiden tot een grotere kans op droogte in de zomer. Dit komt door verschillende processen die spelen tussen land en lucht.
  • De opwarming op de polen zorgt voor een grotere kans op langdurige droogte. Doordat de polen opwarmen, neemt namelijk de kracht van de straalstroom af. De straalstroom is een zeer krachtige wind op grote hoogte. Als de straalstroom afneemt, neemt de kans op aanhoudende weersituaties toe. Dit kan leiden tot langdurige periodes van droogte.

Wat heeft nog meer invloed op droogte?

De hoeveelheid neerslag die valt heeft invloed op het neerslagtekort. Maar voor droogte is ook het type neerslag belangrijk. Een langere periode van motregen is beter tegen droogte dan een kortdurende hoosbui. Bij een kortdurende hoosbui wordt water snel afgevoerd en kan er maar beperkt water worden opgenomen in het watersysteem en de bodem. Ook kan regenwater moeilijker in een droge bodem wegzakken. Daarnaast is voor droogte ook de aanvoer van zoetwater via de Rijn en de Maas belangrijk. Volgens het Klimaatsignaal’21 is de verwachting dat de kans op laag water in de rivieren in de zomer toeneemt. Dit zal de droogte versterken.