Overstromingen
Nederland is een laaggelegen Delta en van oudsher gevoelig voor overstromingen vanuit beken, vaarten, rivieren en zee. In de loop der eeuwen is een watersysteem opgebouwd dat Nederland beschermt tegen overstromingen.
Waterkeringen, dammen, duinen en ingrepen om rivieren de ruimte te geven, zorgen ervoor dat de kans op een overstroming klein is. Wat de kans op de doorbraak van een kering mag zijn, is bepaald door middel van een risicobenadering. In het algemeen geldt: hoe groter de gevolgen zijn als een waterkering doorbreekt, hoe kleiner de kans mag zijn dat dit gebeurt. Maar het kán een keer misgaan. In dat geval overstroomt er een gebied, ontstaat schade en vallen mogelijk slachtoffers.
Een slimme inrichting bij de (her)ontwikkeling van een gebied kan de schade en het aantal slachtoffers beperken. Voorbeelden hiervan zijn ophoging van het maaiveld bij nieuwe ontwikkelingen, drempels die de instroom van water in gebouwen tegengaan, een verhoogde aanleg van een weg of voldoende hoger gelegen vluchtplekken in de omgeving.
De overstromingsveiligheid wordt in Nederland geborgd op verschillende manieren, die met elkaar samenhangen in de meerlaagsveiligheidsbenadering. De laag overstromingspreventie door middel van waterkeringen zorgt voor de grootste bijdrage aan de waterveiligheid door de dreiging te beperken. Maar er is aanvullend ook aandacht voor:
- Waterbewustzijn creëren van de overstromingsrisico’s bij burgers, bedrijven en overheden, voor en tijdens een overstroming. Doel is dat de maatschappij weerbaarder is tijdens het optreden van klimaatextremen.
- De gevolgen van een overstroming beperken met maatregelen in de ruimtelijke ordening en door waterrobuust te bouwen.
- Crisisbeheersing, om maatschappelijke ontwrichting tijdens een crisis zoveel mogelijk te voorkomen.
- De leefomgeving herstellen nadat een crisis is opgetreden, zodat bij vergelijkbare volgende gebeurtenissen minder schade en minder maatschappelijke ontwrichting optreedt.
De benadering bestaat dus in totaal uit vijf lagen, die in de figuur hieronder staan weergegeven.
Afbeelding: deze visualisatie toont de vijf stappen van meerlaagse veiligheid (bron: WSHD).
In de meerlaagsveiligheidsbenadering zijn het niet langer alleen Rijkswaterstaat en de waterschappen die verantwoordelijk zijn voor waterveiligheid door aanleg en beheer van dijken, dammen en duinen. Ook gemeenten, provincies en (nuts)bedrijven hebben de verantwoordelijkheid om bij te dragen aan waterveiligheid. Zij kunnen de gevolgen van een mogelijke overstroming beperken door een slimme ruimtelijke inrichting en door samen te werken op het gebied van crisisbeheersing. Daarnaast moet in de huidige ruimtelijke ontwikkelingen ook al rekening worden gehouden met zeespiegelstijging op de lange termijn. Zo voorkomen we dat ons land in de toekomst onnodig kwetsbaarder wordt.
Wil je meer informatie over gevolgbeperking overstromingen, de mogelijke maatregelen die je kunt nemen of concrete voorbeelden? Bekijk dan de video hieronder en de Kenniskrant Hoog Water met vele links naar verdere achtergrondinformatie.
Vitale functies nemen een bijzondere positie in bij het thema ‘overstromingen’. Als vitale functies uitvallen door een overstroming leidt dat tot ernstige schade voor mens, milieu of economie. Ook zijn het vaak functies die noodzakelijk zijn voor het herstel van een gebied na een overstroming. Denk daarbij aan functies zoals de drinkwatervoorziening, energievoorziening en ziekenhuizen. Omdat kennis over uitval van vitale functies bij vitale aanbieders zelf ligt, is het belangrijk dat de DPRA-werkregio’s in de stresstestfase met deze aanbieders afstemmen. Op basis daarvan kunnen ze de dialoog voeren over welke voorzieningen belangrijk zijn in een gebied en wat er gedaan kan worden als die niet meer functioneren.
Gebruik basisinformatie
De basisinformatie over overstromingen bestaat uit meerdere soorten kaarten. De overstromingsinformatie die provincies, waterschappen, Rijkswaterstaat en gemeenten landelijk beschikbaar hebben gesteld zijn de bron van deze kaarten. Raadpleeg ten minste de kaarten van overstromingsdieptes en -kenmerken in de Klimaateffectatlas. De 'Kaartwijzer overstroming' beschrijft hoe je informatie over de overstromingssituatie in een gebied of op een locatie kunt vinden en gebruiken. Afhankelijk van het doel, gebruik je daarvoor een andere informatiebron. Wil je bijvoorbeeld een indruk krijgen van de overstromingsrisico’s in je gemeente, provincie of regio, of samen met een vitale aanbieder beoordelen wat een aanvaardbaar risico is voor een bepaalde vitale functie is?
Vooruitkijken naar 2100
Met Mijn WaterRisicoProfiel kun je voor een locatie gegevens opvragen over de mogelijke overstromingsdiepte, de kans van voorkomen en de oorzaak. Omdat bouwwerken meestal een levensduur hebben van 70 jaar of meer, biedt Mijn WaterRisicoProfiel ook informatie over de situatie in 2100. Daartoe is informatie over overstromingen naar dat jaar geëxtrapoleerd, wat gepaard gaat met onzekerheden. Richting 2100 kunnen namelijk zaken veranderen die bepalend zijn voor het overstromingsverloop, en nu nog niet zijn voorzien, zoals aanpassingen aan dijken en afvoerverdelingen in het buitenland, nieuwe stormvloedkeringen en een versnelling van de zeespiegelstijging.
Effect van zeespiegelstijging
In het Kennisprogramma Zeespiegelstijging is verkend wat de mogelijke gevolgen van zeespiegelstijging zijn voor Nederland. Daarbij is onderzocht hoe de waterstanden op de lange termijn kunnen stijgen en wat dit betekent voor de waterveiligheid. Het kaartverhaal Zeespiegelstijging en waterstanden laat dit zien voor scenario’s met een zeespiegelstijging van 1 en 3 meter. Om met deze extra dreiging om te gaan zijn op termijn ingrijpende maatregelen nodig, zoals meer pompcapaciteit en ruimte voor hogere en bredere dijken. Het kaartverhaal laat zien op welke plaatsen dit in meer of mindere mate gaat spelen. Daarmee kan dan nu al rekening worden gehouden in de ruimtelijke ordening van het landgebruik.
Creëer informatie op maat
De basisinformatie in de Klimaateffectatlas, Kaartverhalen en achter Mijn WaterRisicoProfiel is afkomstig uit de Landelijke Voorziening Overstromingsinformatie, waar nog meer verdiepende informatie is te vinden. Na een analyse met de basisinformatie is het altijd verstandig om in gesprek te gaan met de waterbeheerder. Zij hebben gebiedskennis en mogelijk aanvullende detailinformatie.
In sommige gevallen kan het zinnig zijn om voor specifieke gebieden aanvullende overstromingsmodelleringen uit te voeren. Bijvoorbeeld wanneer in een gebied grote veranderingen in het landgebruik worden voorzien of het watersysteem wordt aangepast. Professionals kunnen dan in de Landelijke Databank Overstromingsinformatie (LDO) resultaten van specifieke overstromingsscenario’s raadplegen en uitkomsten van nieuwe modelsimulaties toevoegen.


