Hoe krijg je inwoners zo ver om water op te vangen in hun tuin?
Water opvangen in je tuin is om meerdere redenen een goed idee. Zo kun je wateroverlast voorkomen, drinkwater besparen en biodiversiteit versterken. Toch blijkt uit recent onderzoek dat niet veel tuineigenaren van plan zijn om regenwater op te vangen. Hoe komt dat en wat kunnen gemeentes doen om mensen daartoe toch te motiveren?
Leonie Venhoeven, werkzaam bij de Behavior Change Group, deed in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat onderzoek naar waterbergend gedrag van tuineigenaren. Met andere woorden: wat motiveert of belemmert mensen om regenwater een plek te geven in hun tuin? Specifiek keek zij naar de motivatie om een regenpijp af te koppelen, de tuin te vergroenen, een regenton aan te sluiten op de regenpijp, infiltratiekratten te installeren of een wadi aan te leggen. Uit het onderzoek komt naar voren dat het grootste deel van de ondervraagden nog geen maatregelen treft om water op te vangen in de tuin.

Een van de conclusies van het onderzoek is dat nog niet veel mensen van plan zijn om regenwater op te vangen in de tuin. Is gedragsverandering moeilijk?
“Gedragsverandering is denk ik altijd een puzzel waarbij je de juiste stukjes moet leggen. Er moet een reden zijn waarom mensen in actie willen komen. Maar zelfs als ze die redenen hebben, betekent dat nog niet altijd dat ze het uitvoeren. Wat je nodig hebt om gedrag echt te veranderen, is vaak een combinatie van verschillende dingen. Het helpt als inwoners een gevoel van urgentie hebben: ervaren we wateroverlast? Daarnaast moeten ze weten wat er mogelijk is in hun eigen tuin en ze moeten de maatregel zelf kunnen uitvoeren of weten waar ze hulp kunnen inschakelen. Ten slotte moeten ze het gevoel hebben dat het past binnen de sociale norm: kennen we iemand die al een wadi heeft? Wat we in het onderzoek zien, is dat een relatief groot deel van de mensen op dit moment nog niet van plan is om zelf in actie te komen om regenwater een plek te geven in de tuin.”
Nederlandse tuineigenaren doen nog weinig om regenwater in hun tuin op te vangen, zo blijkt uit het onderzoek. Een derde heeft inmiddels een regenton, maar het afkoppelen van de regenpijp (16%) en het vervangen van tegels door groen (15%) komen minder vaak voor. Impactvolle ingrepen als infiltratiekratten (5%) of een wadi (3%) zijn zeldzaam. Iets minder dan de helft (45%) van de mensen zonder regenton wil er wel één. Voor andere maatregelen liggen de percentages lager. Weinig mensen gaven aan wateroverlast te ervaren: slechts 18% zegt last te hebben van plassen in de tuin.
Hoe komt dat?
Daar zijn verschillende redenen voor. Eén van de dingen die we zien in ons onderzoek is dat lang niet iedereen wateroverlast ervaart. Ze hebben zelf nog niet meegemaakt dat hun tuin of huis blank is komen te staan door extreme regen”.
Wat kunnen gemeentes doen om inwoners te motiveren om waterbergende maatregelen te nemen in hun tuin?
“Gemeentes kunnen beginnen om zelf in de openbare ruimte maatregelen te treffen en daar inwoners bij te betrekken. Veel mensen weten bijvoorbeeld nog niet wat een wadi is. Door een wadi aan te leggen in een gemeente, maak je de bekendheid groter. En als je mensen ook betrekt bij het aanleggen ervan en laat zien en ervaren wat het is en wat de voordelen van een wadi zijn, dan wordt de drempel lager om zelf aan de slag te gaan in je eigen tuin.”
Zijn er nog meer manieren om inwoners te overtuigen?
“Veel gemeentes zijn al bezig om mensen te stimuleren om tegels in hun tuin te vervangen door planten. Meer groen draagt namelijk ook bij aan meer biodiversiteit, verkoeling en een mooiere omgeving. In plaats van het belang van het opvangen van regenwater, kunnen inwoners daarom ook andere motieven hebben om een groene tuin of een wadi aan te leggen. Daarnaast is faciliteren belangrijk, zoals hulp bij het afkoppelen van een regenpijp. Hoe makkelijker het gedrag is, hoe groter de kans dat mensen het gaan doen. Dus waar gemeentes kunnen faciliteren: doe dat vooral. Zeg niet: hier is een informatiecampagne, nu moet je het maar zelf uitzoeken. Er is namelijk een groot verschil tussen willen en doen.”
Reint Jan Renes is gedragswetenschapper en lector Psychologie voor een Duurzame Stad bij de Hogeschool van Amsterdam. Herkent hij de conclusies uit het onderzoek van Leonie Venhoeven: het ontbreken van het gevoel van urgentie en de onzekerheid over het nemen van maatregelen?
“Jazeker. We doen een grote studie over de motivatie van mensen om tuinen te vergroenen. Wij zien ook dat de urgentie bij mensen ontbreekt om in actie te komen. Ze zien natuurlijk wel dat het extreme weer toeneemt, maar ze koppelen dat niet aan hun eigen gedrag en de acties die zij daarvoor kunnen ondernemen. Het wordt nog onvoldoende persoonlijk.”
Wat kan een gemeente doen voor inwoners die onzeker zijn over het nemen van maatregelen?
“Veel mensen staan er wel voor open: groene tuinen voelen fijn, een regenton heeft geen negatieve associatie. Wat ik interessant vind: zelfs het afkoppelen van je regenpijp voelt voor mensen toch spannend. We overschatten het idee dat dit makkelijk is. "Ik denk dat als een gemeente het echt belangrijk vindt dat inwoners iets doen aan waterberging in de tuin, ze daar een service voor moeten opzetten.. Maak het makkelijk. Ga gewoon bij de mensen langs en regel het samen.”
Het voorbeeld van de gemeente die een wadi aanlegt met medewerking van inwoners, spreekt Reint Jan erg aan. “Als jij geen regentonnen om je heen ziet, en zeker geen wadi’s, ontstaat er geen sociale cultuur waarbinnen we dit met elkaar doen. Voor dit vraagstuk zijn campagnes gericht op het individu niet handig. Ik zeg altijd: maak het collectief. De neiging is om het individu aan te spreken. Maar spreek een wijk erop aan en ga het met elkaar ontwikkelen. We noemen dit ‘conditional cooperation’: ik wil best wat doen, maar in mijn eentje heeft het geen zin. Ik wil dat anderen ook alvast beginnen. Gemeentes kunnen proberen in hun aanpak collectief te denken.”

Leonie Venhoeven

Reint Jan Renes
Verder lezen?
Misschien vind je de volgende pagina's interessant:
