Deltaprogramma Zoetwater

Zoetwater is er niet altijd genoeg in Nederland. Dat bleek bijvoorbeeld tijdens de lange periodes van droogte in 2018 en 2019, en het droge voorjaar van 2020. Ook wordt zoetwater bedreigd door verzilting, onder andere door de stijging van de zeespiegel. Met het Deltaprogramma Zoetwater werkt het Rijk samen met de overheden en watergebruikers aan het doel om zoetwatertekorten in Nederland te voorkomen.

Waarvoor is zoetwater belangrijk?

Het is belangrijk dat we in Nederland genoeg zoetwater hebben. Niet alleen voor ons drinkwater, de landbouw en de natuur. Zoetwater is ook belangrijk voor de stabiliteit van dijken, voor de elektriciteitsvoorziening, de scheepvaart en de industrie. Daarnaast hebben we zoetwater nodig om zakking tegen te gaan van gebieden die gevoelig zijn voor inklinking. Verder is zoetwater belangrijk voor het leefmilieu in de stad, zoals voldoende groen. En we zijn voor ons drinkwater afhankelijk van zoetwater, waarmee het ook een belangrijke rol speelt voor de volksgezondheid.

Wat houdt het Deltaprogramma Zoetwater in?

In het Deltaprogramma Zoetwater werken alle overheden en gebruikers van zoetwater samen aan het doel om zoetwatertekorten te voorkomen. Sinds 2015 voeren zij maatregelen uit het Deltaplan Zoetwater uit. Om in 2050 weerbaar te zijn tegen zoetwatertekorten is een stapsgewijze verbetering nodig, in twee fases:

  • Fase 1: De eerste fase van het Deltaplan Zoetwater loopt van 2015 tot en met 2021. Het Rijk en regionale partijen hebben in deze fase samen al ruim €430 miljoen geïnvesteerd.
  • Fase 2: De tweede fase van het Deltaplan Zoetwater loopt van 2022 tot en met 2027. Omdat er nog veel bereikt moet worden, is het pakket aan maatregelen voor deze fase uitgebreid. Het Rijk en de regionale partijen investeren hierin samen ruim €800 miljoen.

Hoe maken we Nederland weerbaarder tegen droogte?

In december 2019 heeft de Beleidstafel Droogte de eindrapportage ‘Nederland beter weerbaar tegen droogte’ opgeleverd. Een van de hoofdconclusies is dat er een omslag in het landgebruik noodzakelijk is om Nederland beter weerbaar te maken tegen droogte. Dit betekent dat we bij de ruimtelijke inrichting van het land meer rekening moeten houden met de beschikbaarheid van zoetwater. Mede daarom werkt het Deltaprogramma Zoetwater steeds meer samen met het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie. Er worden de komende jaren veel maatregelen uitgevoerd om deze omslag te maken.

Welke oplossingen zijn er?

Om Nederland weerbaarder te maken tegen droogte en verzilting, en zoetwatertekorten te voorkomen, noemt het Deltaprogramma Zoetwater onder andere de volgende oplossingen:

  • In sommige gebieden zullen we vaker moeten uitgaan van ‘functie volgt peil’ in plaats van ‘peil volgt functie’: de functie van het grondgebruik moet daar het waterpeil volgen in plaats van andersom. Zo kunnen nieuwe landbouw- of industriebedrijven die veel water nodig hebben, zich het beste vestigen in gebieden waar water vanuit de rivieren aangevoerd kan worden. Ook boeren kunnen zich aanpassen aan de lokale kenmerken van de bodem. Zo kunnen ze op de hoge zandgronden soms kiezen voor meer droogteresistente gewassen, en in verziltingsgevoelige gebieden in laag Nederland voor zouttolerante gewassen.
  • We moeten water zuiniger gebruiken, meer en langer vasthouden en beter verdelen. Niet alleen in de regionale watersystemen, maar ook in het hoofdwatersysteem. De bestaande infrastructuur kan slimmer en flexibeler benut worden. Dat blijkt ook uit ervaringen tijdens de droogte van 2018. In het programma Slim Watermanagement zoeken waterschappen en Rijkswaterstaat samen naar slimme oplossingen. Voor het hoofdwatersysteem zetten we in op de Strategie Klimaatbestendig Hoofdwatersysteem.
  • We kunnen water vasthouden in de bodem, en we kunnen het ook opslaan in waterreservoirs. Dat gebeurt bijvoorbeeld op percelen van glastuinbouwers of in natuurgebieden. Ook inwoners kunnen een steentje bijdragen. Zij kunnen tegels in de tuin vervangen door planten en bijvoorbeeld een regenton gebruiken om water op te vangen.