Ga naar de inhoud
logo kennisportaal klimaatadaptatie (naar homepage)
Direct naar
  • Over ons
  • Bibliotheek
  • English
  • Caraïben
  • Helpdesk
  • Home
  • Actueel
  • Aan de slag
  • Kennisdossiers
  • Hulpmiddelen
  • Voorbeelden
  • Beleid & programma's
  • Over ons
  • Bibliotheek
  • English
  • Caraïben
  • Helpdesk
  1. Home ›
  2. Handreiking Dialogen ›
  3. Ervaringen uit de praktijk

Ervaringen uit de praktijk

We halen bij gebruikers van de handreiking kennis en ervaring op uit de praktijk. Deze kennis en ervaring kun je hieronder uploaden. Vanuit het Kennisportaal vertalen we de input naar geleerde lessen, eventueel met verwijzing naar een link of meer informatie over het genoemde project, instrument, tool, etc. Geleerde lessen kunnen gaan over knelpunten of over algemene ervaringen met het voeren van de risicodialoog. Zo vullen we geleerde lessen op deze pagina steeds aan met actuele voorbeelden.

Oproep: Heb jij ervaring met risicodialogen? Liep je daarbij ergens tegenaan? Heb je tips? Of wil je er iets anders leerzaams uit delen? Deel je tips of lessen dan via het contactformulier, zodat we ze op deze pagina kunnen toevoegen.

Onderzoek Erasmus Universiteit Rotterdam

De Erasmus Universiteit Rotterdam heeft in opdracht van IenW onderzoek gedaan naar mogelijke knelpunten waar regio’s tegenaan kunnen lopen bij het voeren van dialogen over klimaatadaptatie. Dit onderzoek is gebaseerd op een bureaustudie en 10 interviews met deelnemers aan risicodialogen. Op deze pagina vind je de belangrijkste pijnpunten en adviezen, in de vorm van een Q&A. Klik steeds op een vraag om het antwoord erop te zien.

Je kunt ook het hele rapport hier downloaden:

QA mensgerichte aanpak DPRA-risicodialogen (pdf, 238 kB)

Beleving en ervaring - fase 1

De vragen hieronder over beleving en ervaring zijn vooral relevant voor de fase 'dialogen afbakenen'.

Welke praktische mogelijkheden zijn er om bij te dragen aan interne bewustwording van klimaatadaptatie bij andere domeinen binnen jouw organisatie?

Om interne bewustwording van klimaatadaptatie te vergroten, is het belangrijk begrip te tonen voor de hoge werkdruk, prioriteiten voor de korte termijn, silo’s en politieke druk binnen de organisatie. Klimaatadaptatie voelt vaak als een extra opgave. Sluit daarom met de dialoog aan bij de belevingswereld van collega’s. Mensen komen eerder in beweging door een aansprekend verhaal dan door alleen inhoudelijke argumenten. Werk dus eerst aan een gedeeld narratief en daarna aan de inhoud.

Hoe zorgen we ervoor dat politici en bestuurders niet alleen snappen dat klimaatadaptatie urgent is, maar het ook echt voelen?

Om politici en bestuurders echt te laten voelen dat klimaatadaptatie urgent is, moet je bewust tijd nemen om het onderwerp goed te bespreken. Ga niet te snel naar oplossingen, maar sta eerst stil bij wat er echt speelt. Kijk samen naar de feiten en bespreek waar bestuurders zich zorgen over maken. Waar doet het pijn? Met welke lastige keuzes worstelen zij? Door die pijnpunten serieus te nemen, ontstaat meer begrip en draagvlak. Het helpt ook om begrip te tonen voor waarom de urgentie soms niet wordt gevoeld. Bestuurders werken vaak met korte termijnen, terwijl klimaatadaptatie juist om lange termijn denken vraagt. Daarnaast is het moeilijk om bestaande gewoontes te veranderen en is er vaak te weinig tijd en capaciteit voor klimaatadaptatie.

Hoe kunnen we bewoners en ondernemers goed betrekken, zodat zij ook hun steentje bijdragen aan de klimaatadaptieve inrichting van ons gebied?

Begin met vertragen en echt luisteren. Vraag wat mensen bezighoudt. Waar maken ze zich zorgen over? Wat vinden ze lastig? Door aandacht te hebben voor hun verhalen en zorgen, ontstaat meer begrip en draagvlak. Laat ook zien dat je snapt waarom klimaatadaptatie niet altijd prioriteit heeft. Mensen kunnen bijvoorbeeld druk zijn met woningnood of hun bedrijf draaiende houden. En vaak weten ze niet goed wat ze zelf kunnen doen.

Om betrokkenheid te vergroten, kun je in vier stappen werken:

  1. Begrip – Maak duidelijk wat de risico’s zijn, dichtbij en concreet. Laat zien wat klimaatverandering betekent voor hun eigen straat, huis of bedrijf.
  2. Beleving – Vertel een herkenbaar en aansprekend verhaal en laat zien wat mensen zelf kunnen doen.
  3. Betrokkenheid – Maak meedoen makkelijk en laagdrempelig. Geef duidelijke en haalbare acties.
  4. Gedrag – Zorg dat mensen zien dat anderen ook meedoen. Organiseer zichtbare projecten, zoals het vergroenen van pleinen, zodat een positieve sociale norm ontstaat.Meerlaagse dialogen - fase 1: dialogen afbakenen

Beleving en ervaring - fase 2

De vraag hieronder over beleving en ervaring is vooral relevant voor de fase 'dialogen voeren'.

Hoe stel je ambities en doelen voor klimaatadaptatie vast én bouw je tegelijk aan een netwerk en draagvlak?

Bij klimaatadaptatie kun je niet eerst doelen bepalen en daarna pas mensen betrekken. Ambities, doelen, samenwerking en draagvlak moeten tegelijk ontstaan. Dat vraagt om een proces waarin je samen ontwikkelt, van elkaar leert en zorgt voor brede steun.

Je kunt daarbij deze stappen volgen:

  1. Zorg eerst voor een gedeeld beeld. Voordat je doelen opstelt, moet iedereen het probleem begrijpen en moet er een gedeelde werkelijkheid ontstaan. Deel daarvoor niet alleen feiten en cijfers, maar geef ook ruimte aan ervaringen en verhalen.
  2. Maak samen een toekomstverhaal. Bundel alle verhalen en vertaal die naar één gezamenlijk verhaal, waarin je deze vragen beantwoord: Waar willen we met ons gebied naartoe? Welke waarden (veiligheid, leefbaarheid, gezondheid) vinden we belangrijk? Welke ambities horen daarbij, bijvoorbeeld wateroverlast verminderen, groenere en koelere wijken of flexibel kunnen omgaan met klimaatrisico’s?
  3. Maak deze ambities concreet en flexibel: werk ze uit in duidelijke, meetbare doelen (SMART), maar zorg ook dat ze kunnen worden aangepast als omstandigheden veranderen.

Meerlaagse dialogen - fase 1

De vragen hieronder over meerlaagse dialogen zijn vooral relevant voor de fase  'dialogen afbakenen'.

Hoe baken je meerlaagse dialogen op de juiste manier af?

Begin altijd bij een concreet en urgent probleem. Dat kan direct over klimaat gaan, zoals wateroverlast of hitte. Maar het kan ook gaan over iets anders dat ermee te maken heeft, zoals groen in de wijk of leefbaarheid. Kies één duidelijk probleem als startpunt. Ga daarna in gesprek met de mensen en netwerken die al bij dit probleem betrokken zijn. Start dus vanuit een probleem dat mensen herkennen en urgent vinden. Dit kan een probleem zijn op gemeenteniveau, maar ook op regionaal of bovenregionaal niveau. Bespreek het binnen bestaande sociale netwerken en samenwerkingen.

Hoe zorg je voor goede samenhang tussen gesprekken over klimaatadaptatie op verschillende niveaus: lokaal, regionaal en/of bovenregionaal?

Organiseer niet voor elk onderwerp en op elk niveau een aparte dialoog. Dat kost veel tijd en maakt het lastig om samenhangende keuzes te maken. Het is beter om in één dialoog meerdere onderwerpen tegelijk te bespreken, zodat een integrale afweging mogelijk is. Houd je verschillende dialogen? Of raakt deze dialoog deels ook aan andere dialogen of processen? Stem dat dan goed op elkaar af. Zorg dat informatie uit het ene gesprek wordt meegenomen in het andere. Zo ontstaat een completer en waardevoller gesprek.

Stel: in je werkregio overweeg je om een dialoog te voeren op basis van een nieuwe stresstest. Tegelijk speelt er een bovenregionaal probleem met kwetsbare hoogspanningsstations. Bekijk dan eerst of er specifiek binnen de werkregio urgente vragen zijn om een dialoog over te organiseren of dat aansluiten bij de bovenregionale dialoog voldoende is. Als er binnen de werkregio nog specifieke problemen spelen, kan dat een reden zijn om naast de bovenregionale dialoog ook nog een dialoog in de werkregio te organiseren. Zorg in dat geval voor een goede wisselwerking tussen de dialoog van de werkregio en de bovenregionale dialoog: bespreek het thema hoogspanningsstations ook in de dialoog van de werkregio, geef inzichten uit de regio door aan het bovenregionale overleg en andersom. Zo versterken de dialogen elkaar.

Meerlaagse dialogen - fase 2

De vraag hieronder over meerlaagse dialogen is vooral relevant voor de fase 'dialogen voeren'.

Hoe ga je om met onverwachte gebeurtenissen op andere schaalniveaus?

In een dialoog over klimaatadaptatie kunnen onverwachte gebeurtenissen op andere schaalniveaus (lokaal, regionaal of landelijk) invloed hebben op jouw proces. Die gebeurtenissen kun je niet voorkomen. De vraag is hoe je ermee omgaat. Hieronder geven we drie tips:

  1. Blijf open in gesprek: sta open voor nieuwe onderwerpen of nieuwe partijen die door de gebeurtenis relevant worden. Sluit ze niet buiten, maar onderzoek samen wat dit betekent. Als iemand bijvoorbeeld zegt dat er op een plek geen wateroverlast is, reageer dan niet met: ‘We gaan er nu van uit dat dat wel zo is.’ Zeg liever: ‘Laten we de plek samen bekijken en de informatie naast elkaar leggen.’
  2. Pas het proces aan: een dialoog heeft een duidelijke richting nodig, maar houd niet krampachtig vast aan het oorspronkelijke plan. Als er iets verandert, kijk dan hoe je het proces kunt bijstellen.
  3. Schakel tussen niveaus: zorg dat signalen uit de ene dialoog worden verbonden met dialogen op andere schaalniveaus. Als iemand bijvoorbeeld iets inbrengt dat buiten je eigen schaalniveau valt, zeg dan niet: ‘Dat hoort hier niet.’ Zeg liever: ‘Laten we dit punt noteren en doorgeven aan organisatie X.’

Onderstroom - fase 2

De vragen hieronder over het thema onderstroom zijn vooral relevant voor de fase 'dialogen voeren'.

Hoe voorkom je dat een dialoog vastloopt doordat onderliggende of onzichtbare factoren niet worden benoemd?

Besef in de voorbereiding dat er bij complexe onderwerpen altijd onzichtbare factoren meespelen. Als je die niet herkent of benoemt, kan dat leiden tot frustratie en weerstand in het gesprek. Denk bijvoorbeeld aan:

  • Onbewuste persoonlijke factoren, zoals emoties, overtuigingen en drijfveren.
  • Relaties en macht, zoals verschillen in positie, oude conflicten, loyaliteiten of status.
  • Sociaal-culturele factoren, zoals groepsidentiteit en botsende waarden.
  • Dominante verhalen: overtuigingen en metaforen die steeds opnieuw worden gebruikt, waardoor een eenzijdig perspectief ontstaat (framing).

Je kunt als gespreksleider het volgende doen om te voorkomen dat mensen in de weerstand schieten en ervoor te zorgen dat het gesprek gelijkwaardig en constructief gevoerd wordt:

  • Begin met ervaringen, niet met standpunten. Laat deelnemers vertellen wat zij hebben meegemaakt en waarom het onderwerp voor hen belangrijk is.
  • Luister naar betekenis, niet naar wie er gelijk heeft. Stel verdiepende vragen zoals:
    “Wat raakt je hierin?” of “Welke waarde is voor jou belangrijk?”
  • Benadruk dat iedereen een deel van het verhaal heeft. Maak duidelijk dat het doel is om samen het hele plaatje beter te begrijpen, niet om te winnen van elkaar.
  • Maak waarden expliciet. Benoem regelmatig welke waarden je hoort, zoals veiligheid, rechtvaardigheid of zorg voor de toekomst. Zo voelen mensen zich serieus genomen.

Hoe ga je in een dialoog in gesprek over onderliggende belangen, waarden en gevoelens?

Onderliggende belangen, waarden en gevoelens (de ‘onderstroom’) worden niet vanzelf zichtbaar. Je moet daar bewust ruimte voor maken. Dit helpt om het gesprek eerlijker, dieper en constructiever te maken.

  1. Zorg voor veiligheid en structuur. Mensen delen pas echt iets als ze zich veilig voelen. Check dit elke sessie bijvoorbeeld met vragen als: “Wat houdt je bezig in dit project?” of “Wat heb je nodig om vandaag goed mee te doen?”. Gebruik ook duidelijke spelregels, bijvoorbeeld: niet onderbreken, eerst begrijpen dan reageren, spreken vanuit jezelf (‘ik vind’, ‘ik ervaar’). Begin persoonlijk: laat mensen eerst een ervaring, waarde of beeld delen. Dat maakt het gesprek opener, mensen durven dan daarna ook meer te delen.
  1. Vertraag het tempo. De onderstroom wordt pas zichtbaar als het tempo omlaag gaat. Dat kun je doen door stiltes toe te laten (10–15 seconden), mensen eerst iets op te laten schrijven voor ze reageren, werken in duo’s of trio’s voordat je plenair deelt.
  2. Reflecteer als gespreksleider/facilitator op wat er gebeurt. Dat kan bijvoorbeeld door patronen te beschrijven, verschillende stemmen (zonder namen) te benoemen, dilemma’s te verwoorden of te formuleren welke behoeften of waarden de inhoud beïnvloeden.

Hoe geef je in een dialoog ruimte aan sterke emoties uit het verleden, zoals teleurstelling, verdriet of machteloosheid?

Emoties horen bij wat mensen belangrijk vinden. Als je ze ruimte geeft, verdiepen ze het gesprek. Ze maken zichtbaar wat er echt op het spel staat. Onderzoek laat zien dat gevoelens zoals bezorgdheid of angst niet automatisch leiden tot ontkenning of verlamming. Ze kunnen mensen juist aanzetten tot betrokkenheid en actie, omdat ze het gevoel van verantwoordelijkheid vergroten. Ook zonder werkvorm kun je zien, horen of voelen dat er in de onderstroom iets speelt. Wees alert op:

  • Uitdrukkingen zoals ‘ik weet niet of ik dit mag zeggen, maar’ en een gespannen ‘ja hoor, prima…’
  • Lichaamstaal: armen over elkaar, weinig participatie, of juist paar personen die druk praten.
  • Groepsdynamiek: stilte bij bepaalde personen, grapjes om spanning weg te lachen, vaste groepjes.
  • Proces-signalen: steeds dezelfde discussie, geen besluiten, veel afwezigen.

Wat kun je doen als gespreksleider?

  1. Benoem wat je ziet of voelt, en maak zo voorzichtig de onderstroom zichtbaar. Bijvoorbeeld met zinnen als: “Ik merk dat we sneller gaan praten bij dit onderwerp. Wat gebeurt er bij jullie?” of “Ik zie drie mensen knikken en twee fronsen — klopt dat?” Zo’n zachte interventie biedt ruimte voor erkenning.
  2. Vertraag bewust. Emoties worden pas zichtbaar als er rust is. Je kunt vertragen door: stiltes toe te laten (10–15 seconden), mensen eerst iets te laten opschrijven en in duo’s of trio’s praten vóór het plenaire gesprek.
  3. Reflecteer op wat er onder de inhoud zit. Dat kan bijvoorbeeld door patronen te beschrijven, verschillende stemmen (zonder namen) te benoemen, dilemma’s te verwoorden of te formuleren welke behoeften of waarden de inhoud beïnvloeden.

Hoe kom je in een dialoog tot een gedeelde taal?

In een goede dialoog werk je samen aan het verkennen van opties, het wegen van argumenten en het bepalen van een gezamenlijke richting. Maar mensen brengen verschillende talen, belangen, rollen en perspectieven mee. Een gedeelde taal ontstaat dus niet vanzelf — die moet je samen ontwikkelen.

  1. Zorg voor veiligheid: mensen moeten zich veilig voelen om twijfel, vragen of halve ideeën te delen. Maak gespreksregels en normaliseer twijfel: het is oké om het nog niet te weten.
  2. Maak belangen en verschillen zichtbaar, zonder dat dit meteen tot conflict leidt. Een gedeelde taal ontstaat pas als duidelijk is wie vanuit welke rol spreekt. Zorg voor een gemeenschappelijk referentiekader. Maak een gedeeld overzicht van feiten, scenario’s of waarden. Wees je ook bewust van taalbarrières: voor ingenieurs is het kwantificeren van extremen (berekening van risico’s) belangrijk, veiligheidsexperts kijken naar mogelijke scenario’s om aan de voorkant risico’s te beperken.
  3. Accepteer dat conclusies tijdelijk zijn. Bij complexe vraagstukken is er geen definitief eindantwoord. Als mensen weten dat besluiten niet voor altijd vastliggen, kunnen ze ook beter samen tot besluiten komen. Besluiten zijn vaak voorlopig en kunnen worden aangepast op basis van nieuwe inzichten. Maak daarom afspraken over hoe je omgaat met voortschrijdend inzicht en over wie welke rol heeft in het vervolg.

Verhalen - fase 2

De vraag hieronder over verhalen is vooral relevant voor de fase 'dialogen voeren'.

Hoe zorg je in een dialoog voor genoeg ruimte om te vertellen en echt naar elkaar te luisteren, zodat het proces niet vastloopt?

Door te vertragen, ruimte te maken voor verhalen en emoties, en samen een hoopvol toekomstbeeld te creëren, voorkom je frustratie en ontstaat een open, gelijkwaardig en constructief gesprek:

  • De eerste stap is vertragen. Neem bewust de tijd om te horen wat mensen bezighoudt. Waar maken ze zich zorgen over? Wat vinden ze belangrijk? Waar zit de pijn? Door hier aandacht aan te geven, voelen mensen zich gehoord en ontstaat minder snel frustratie.
  • Geef ook ruimte aan emoties en waarden. Een goede dialoog gaat niet alleen over feiten, maar ook over gevoelens en waarden. Gebruik werkvormen die mensen helpen om hun ervaringen en drijfveren te delen. Dat zorgt voor meer begrip en verbinding.
  • Ontwikkel samen een positief toekomstbeeld dat hoop en concrete handelingsperspectieven biedt, in plaats van te focussen op doemscenario’s. Als mensen ervaren dat er iets mogelijk is en dat ze kunnen bijdragen, ontstaat energie en betrokkenheid — een groep mensen die samen vooruit wil, een ‘coalition of the willing’ (Vandist, 2023).
  • Organiseer vaste momenten waarop mensen ervaringen en goede voorbeelden kunnen delen. Maak het laagdrempelig en prettig. Een informele sfeer helpt: mensen blijven mensen.

Voorbeelden van narratieve methodes die je hiervoor kunt gebruiken staan in Vandist (2025) Prototyping. Ook kun je gebruikmaken van de Future Search-aanpak van Weisbord en Janoff.

Verhalen - fase 3

De vraag hieronder over verhalen is vooral relevant voor de fase 'keuzes vastleggen'.

Hoe vind je in een regio de gemene deler?

Maak ruimte voor vertraging. Heb aandacht voor elkaars verhalen, ook voor de pijnpunten. Dat helpt om draagvlak te creëren. Om te komen tot een gezamenlijke visie, kun je deze vijf stappen volgen:

  1. Verzamel verhalen en feiten.
  2. Neem de tijd om elkaars verhalen echt te begrijpen.
  3. Maak duidelijk welke belangen, wensen en standpunten er zijn.
  4. Bespreek samen wat belangrijk is en weeg de verschillende voorkeuren af.
  5. Ontwikkel samen een nieuw, gezamenlijk verhaal of perspectief.

Een uitwerking van deze stappen vind je bij fase 2, onder het thema Onderstroom.

Governance - fase 2

De vragen hieronder over governance zijn vooral relevant voor de fase  'dialogen voeren'.

Hoe ga je om met verhalen die het beeld bepalen, ook als ze niet (helemaal) kloppen?

Verhalen voegen een extra laag toe aan de ratio: die van het gevoel. Verhalen zijn krachtig omdat ze betekenis geven. Het is dan ook de kunst om die kracht te gebruiken, in plaats van ertegen te vechten: door je eigen verhaal over het verleden te vertellen, kun je de toekomst naar je hand zetten. Door te nuanceren en samen te verkennen, haal je ook de spanning weg van of iets wel of niet klopt. Dat geeft ruimte om te zoeken naar gezamenlijke betekenis. Tips om ruimte te bieden aan verhalen:

  • Zie een verhaal als een perspectief, niet als dé waarheid. Vraag dus niet meteen of het klopt, maar nodig deelnemers uit om te onderzoeken hoe een verhaal in de dialoog werkt en wat het verhaal met ze doet.
  • Erken dat er meerdere verhalen tegelijk bestaan. Leg verschillende perspectieven naast elkaar. Zo wordt zichtbaar dat er niet één werkelijkheid is, maar meerdere invalshoeken.
  • Onderzoek het verhaal samen. Stel vragen als: Waar komt dit verhaal vandaan? Wie wordt ermee geholpen? Wie kan erdoor worden beperkt? Waarom is het zo krachtig?
  • Voeg andere perspectieven toe zonder het oorspronkelijke verhaal direct te corrigeren. Dat voorkomt defensiviteit en verrijkt de dialoog.

Als gespreksleider kun je het volgende doen om het gesprek open en gelijkwaardig te houden:

  • Stop de reflex om te corrigeren. Erken eerst het verhaal en stel je oordeel uit.
  • Verleg de focus van inhoud naar interactie. Stel de vraag: ‘Hoe praten we hier samen over?’
  • Maak rollen zichtbaar. Benoem dat mensen spreken vanuit verschillende rollen, zoals bewoner, expert en beleidsmaker.
  • Verken belangen en loyaliteiten. Stel de vraag: ‘Voor wie is dit verhaal belangrijk?’
  • Geef ruimte aan emoties. Stel de vraag: ‘Wat raakt je hierin? En welke emotie zit daaronder?’ Maak duidelijk dat deze emotie er mag zijn, zodat deelnemers niet meer vanuit strijd spreken.
  • Plaats het verhaal in een groter geheel. Zeg bijvoorbeeld: ‘Dit klinkt als een breder verhaal over vertrouwen in de overheid. Herkennen anderen dat? Zo maak je het minder persoonlijk en bied je ruimte aan meerdere perspectieven.’
  • Verbind ervaring en feiten. Zet ervaringskennis naast cijfers in plaats van ze tegenover elkaar te plaatsen.

Hoe zorg je voor goede samenwerking en eigenaarschap als er weinig geld en tijd beschikbaar is?

Bij klimaatadaptatie is geld en capaciteit vaak schaars. Daarom is het belangrijk om scherpe keuzes te maken:

  1. Focus op wat echt urgent is: richt de dialoog op de meest urgente problemen. Zo zet je de beperkte middelen gericht in, in plaats van ze te verspreiden over te veel onderwerpen.
  2. Samenwerking kan juist ook helpen om efficiënter te werken. Bijvoorbeeld als een werkregio bouwstenen aanlevert voor gemeentelijk beleid, partners elkaar helpen bij het aanvragen van subsidies of kennis en capaciteit worden gedeeld.
  3. Durf kritisch te reflecteren. Soms blijven tekorten het proces belemmeren. Dan is het belangrijk om eerlijk antwoord te geven op de vraag: werken we aan een urgent probleem waar we echt energie op hebben of houden we een samenwerking in stand die te weinig oplevert? In het laatste geval kan het verstandig zijn om de samenwerking te stoppen.

Governance - fase 3

De vraag hieronder over governance is vooral relevant voor de fase 'keuzes vastleggen'.

Hoe kom je vanuit dialogen tot een proactieve samenwerking en gedeeld eigenaarschap?

Problemen rond klimaatadaptatie passen vaak niet strikt binnen de hokjes van formele verantwoordelijkheden. Daarom is het heel belangrijk dat de deelnemende partijen een proactieve houding aannemen. Een proactieve houding kun je op deze manier stimuleren:

  • Benoem concrete vervolgacties, met een voorstel wie wat gaat doen.

  • Vraag partijen om taken op te pakken die passen bij hun kennis, expertise en rol.

  • Stel positief de vraag wie wil en kan bijdragen. Dat stimuleert veel meer een proactieve houding dan de (negatieve) vraag stellen wie voor een bepaalde taak verantwoordelijk is.

Een belangrijke randvoorwaarde voor proactieve samenwerking en eigenaarschap, is dat het probleem echt dringend is. Als het steeds niet lukt tot actie en eigenaarschap te komen, dan is het verstandig om kritisch te overwegen of het probleem wel urgent genoeg is om de dialoog voort te zetten.

Narratieve methodes

Hieronder lees je meer over twee bekende narratieve methodes.

Deep democracy

Deep Democracy is ontwikkeld in de jaren '90 in Zuid-Afrika door Myrna en Greg Lewis. De basis van deze methode ligt in de Process Oriented Psychology van Arnold Mindell. Dit gedachtegoed richt zich op het bewust maken van de dynamiek in groepen en individuen, inclusief de onbewuste processen. Myrna Lewis heeft Mindells werk praktisch toepasbaar gemaakt, vooral in de post-apartheid periode in Zuid-Afrika. Ze heeft toen veranderprocessen begeleid in organisaties waar mensen niet gewend waren hun mening te uiten, wat leidde tot conflicten en spanningen. Deep Democracy pleit voor inclusieve besluitvorming. Dit betekent dat een meerderheidsbesluit wordt verrijkt met de stemmen, meningen en wijsheid van de minderheid. Het gaat erom de hele groepsdynamiek te betrekken: de bewuste dynamiek (de agenda) én de onbewuste dynamiek (de 'onderstroom').

Polariteitenkaart

In lijn met de Deep Democracy-methode stelt Barry Johnson dat sommige vraagstukken geen problemen zijn die je kunt oplossen, maar polariteiten die je moet managen. Deze polariteiten zijn spanningsvelden tussen twee waarden of polen die allebei noodzakelijk zijn voor duurzame effectiviteit. Bijvoorbeeld autonomie tegenover verbondenheid, en stabiliteit tegenover verandering. De Polariteitenkaart is een visueel schema dat helpt om zo’n spanningsveld te begrijpen en gebruiken.

“Soms helpt het als de leider zich uitspreekt. Leiders zouden sowieso veel meer mee kunnen vloeien in dergelijke gesprekken. Gewoon als mens. Niet als leider. Zo creëer je gelijkwaardigheid.” Hilde van Heuningen, facilitator Deep Democracy

Meer informatie

QA mensgerichte aanpak DPRA-risicodialogen (pdf, 238 kB)
  • Handreiking Dialogen
    • Fase 1: dialogen afbakenen
    • Fase 2: dialogen voeren
    • Fase 3: keuzes vastleggen
    • Voorbeeldcanvassen
    • Ervaringen uit de praktijk

Delen
  • Delen op Facebook
  • Delen op LinkedIn
  • Delen op Whatsapp
  • Delen op Bluesky

Heb je vragen over klimaatadaptatie? Of ben je op zoek naar ervaringen met klimaatadaptatie in de praktijk?

  • Stel je vraag over klimaatadaptatie of deze website via de helpdesk.
  • Leer van anderen via  het team van Samen Klimaatbestendig.
  • Blijf op de hoogte van alle nieuwtjes via LinkedIn en via de nieuwsbrief.

Samen Sneller Klimaatbestendig!

Het Kennisportaal Klimaatadaptatie is dé informatiebron voor iedereen die werkt aan klimaatadaptatie. Je vindt hier praktische informatie, handige hulpmiddelen, inspirerende voorbeelden en het laatste nieuws.

Over deze website

  • Over ons
  • Disclaimer
  • Privacyverklaring
  • Contact
  • Archief
  • Toegankelijkheid
  • Kwetsbaarheid melden

Volg ons

LinkedIn