Grondwater aanvullen en actief grondwaterpeilbeheer
Grondwater aanvullen betekent dat regenwater in de bodem wordt gebracht om het grondwater aan te vullen. Bij actief of dynamisch grondwaterpeilbeheer (AGWP) vul je het grondwaterpeil niet alleen aan, maar stuur je het ook.
Op deze pagina lees je meer over het aanvullen van grondwater en actief grondwaterpeilbeheer. Je vindt hier wat deze maatregelen zijn, wat de effecten zijn en hoe je ze kunt ontwerpen, aanleggen en beheren. Ook lees je hoe je de effecten kunt monitoren en wat de kosten en baten zijn. Daarnaast delen we praktijkervaringen met deze systemen.
Functies en voordelen
Lees meer over grondwater aanvullen en actief grondwaterpeilbeheer en wat de voordelen daarvan zijn.
Wat is grondwater aanvullen? En wat is actief grondwaterpeilbeheer?
Grondwater aanvullen
Je kunt grondwater aanvullen door water vast te houden en het in de bodem te laten zakken. Dat noemen we infiltreren. Dat gebeurt bijvoorbeeld met infiltratiekratten, IT-riolen, infiltratie- of zakputten, raingardens of wadi’s. Ook kun je grondwater aanvullen met oppervlaktewater of met gezuiverd afvalwater (effluent). Volgens onderzoek van STOWA gebeurt dat soms om het grondwater op peil te houden of om het mogelijk te maken dat water opnieuw te gebruiken.
Actief grondwaterpeilbeheer (AGWP)
Bij actief grondwaterpeilbeheer (AGWP) pas je het grondwaterpeil steeds aan de situatie van dat moment aan. In plaats van één vast waterpeil of een apart zomer- en winterpeil, beweegt het peil bij actief peilbeheer mee met het weer en de omstandigheden. Door het grondwaterpeil te sturen kun je steeds inspelen op wat er nu én straks nodig is. Ben je bezig met rioolvernieuwing en op zoek naar een tool om grondwaterpeilbeheer mee te nemen? Ga dan naar de Toolbox Grondwaterpeilbeheer op dit kennisportaal.
Op welke manieren kun je grondwater aanvullen?
Er zijn tientallen nationale en internationale methodes om grondwater aan te vullen. Voor de Nederlandse situatie geeft het rapport Verantwoord infiltreren en aanvullen van grondwater uit 2025 van STOWA enkele Nederlandse praktijkvoorbeelden van technieken en plannen om grondwater aan te vullen:
Wadi's in woonwijken Breda
In de Bredase wijken Prinsenbeek en het Ginneken vullen wadi’s het grondwater aan met afgekoppeld regenwater. In een nieuwbouwwijk in Bavel wordt effluent van een decentrale rioolwaterzuiveringsinstallatie naar een wadi geleid, waar het kan infiltreren.
Diepinfiltratie van regenwater in Veldhoven
In Veldhoven wil een private partij voor een fabriek regenwater via het bestaande riool opvangen in een retentiebuffer. Daar stroomt het water eerst door een zuiveringssysteem met biologische filters en beluchting. Daarna zakt het via een infiltratieput de bodem in met een snelheid van ongeveer 30 m3 per uur. Het opgeslagen water kan later weer worden opgepompt, met ongeveer 60 m3 per uur, om opnieuw te gebruiken in het productieproces van de fabriek. Als het nodig is, wordt het water dan nog extra gezuiverd.
Waterschap De Dommel vult grondwater aan voor droge periodes
Waterschap De Dommel wil ten zuiden van Eindhoven in natte periodes (in de herfst en de winter) extra oppervlaktewater laten infiltreren in de bodem. Het doel is om in droge periodes meer grondwater beschikbaar te hebben voor de beekdalen en de flanken.
Diepinfiltratie proceswater in combinatie met infiltratie in Assen-Oost
Drinkwaterbedrijf WMD onderzoekt of in Assen-Oost de waterproductie kan worden verhoogd. Om dat te doen zonder schade aan de natuur te veroorzaken, wil het bedrijf jaarlijks 0,75 miljoen kubieke water terug in de bodem brengen. Dit water kan bestaan uit spoelwater, regenwater en oppervlaktewater uit het Deurzediep.
Oppervlakkige infiltratie met oppervlaktewater (en effluent) op de Veluweflanken
Het plan is om voor de grondwaterwinning bij Epe ‘s winters meer water naar de regenwatervijvers te laten stromen. Daarnaast onderzoeken Vitens en Waterschap Vallei en Veluwe of gezuiverd afvalwater uit de rioolwaterzuivering (RWZI) nog verder kan worden schoongemaakt met een ‘Waterwasserette’. Het schone water dat daarna overblijft, ook wel ‘permeaat’, kan voor het volgende worden gebruikt:
- Het schone water kan worden afgevoerd naar de Klaarbeek.
- Het kan worden gebruikt om het grondwater in het gebied aan te vullen.
- Het kan worden ingezet als gezuiverd infiltratiewater voor de drinkwatervoorziening.
Ook wordt gewerkt aan het verbeteren van het waterlandschap bij Epe. Daarbij is het doel om water beter vast te houden en schoner te houden, bijvoorbeeld door beken minder diep te maken.
Op welke manier kun je het grondwaterpeil actief beheren?
De afgelopen jaren is er steeds meer aandacht gekomen voor actief of dynamisch grondwaterpeilbeheer, zowel in het buitengebied als in stedelijk gebied zoals met DIT-riolen.Volgens de Factsheet Actief Grondwaterpeilbeheer betekent actief grondwaterpeilbeheer (AGWP) dat je het grondwaterpeil bewust regelt. Met behulp van drainage- en infiltratieleidingen kun je water afvoeren als het grondwater te hoog staat of juist water aanvullen als het te laag staat.
Hoe werkt AGWP in stedelijk gebied?
Uit onderzoek in 2017 vanuit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) blijkt dat het technisch mogelijk is om een systeem van actief grondwaterpeilbeheer op buurt- of wijkniveau te creëren. Met zo’n systeem zou je stedelijke gebieden kunnen beschermen tegen de gevolgen van droogte, zoals grondwatertekorten, en wateroverlast.
De kern van actief grondwaterpeilbeheer is een buis in de bodem die water kan afvoeren én aanvullen. Deze buis is verbonden met het oppervlaktewater. Is er te veel grondwater? Dan stroomt het water via de buis naar het oppervlaktewater. Is er te weinig? Dan kan via dezelfde buis water terug de bodem in stromen.
Hoe werkt AGWP in het buitengebied?
De Deltafact Dynamisch peilbeheer van STOWA toont vooral de mogelijkheden voor actief grondwaterpeilbeheer om de landbouw te verbeteren. STOWA omschrijft actief grondwaterpeilbeheer als het voortdurend aanpassen van het grondwaterpeil aan het weer, de groei van gewassen en het werk op het landbouwbedrijf. Binnen de grenzen van het peilbesluit wordt actief gestuurd op de grondwaterstand. In polders zorgt dit vaak voor meer aanvoer en afvoer van water, omdat het systeem actief, vooruitdenkend en intensief wordt beheerd.
Belangrijke onderdelen van het watersysteem voor actief grondwaterpeilbeheer zijn: de grondwaterstand, stuw- en gemaalstanden die water kunnen aan- en afvoeren, drainage en het weer. Zie ook de afbeelding hieronder:
Welke soorten leidingsystemen zijn er mogelijk voor AGWP?
De Factsheet Actief Grondwaterpeilbeheer uit 2022 noemt twee leidingsystemen: horizontale drainage- en infiltratieleiding en een DIT-riool.
Horizontale drainage- en infiltratieleiding
Naast het vuilwaterriool (DWA) en het regenwaterriool (HWA) komt in de openbare ruimte een derde buizensysteem. Dit systeem bestaat uit buizen met kleine gaatjes die zijn aangesloten op het oppervlaktewater, zoals een sloot, vijver of plas. De buizen liggen horizontaal, vaak onder het waterpeil van het oppervlaktewater, en staan bij hoge (grond)waterstanden vaak vol met water. Bij een hoge grondwaterstand voert de buis overtollig grondwater af naar het oppervlaktewater. Bij een lage grondwaterstand kan er juist water uit het oppervlaktewater terugstromen in deze buizen en infiltreren in de bodem. Hiervoor is geen overlaat nodig.
DIT-riool
DIT-riool staat voor Drainage- en Infiltratie-Transportriool-riool. Het DIT-riool heeft meerdere functies: het werkt als regenwaterriool (HWA) maar het kan ook grondwater afvoeren en water terug de bodem in laten stromen. In de openbare ruimte worden twee leidingsystemen aangelegd: een vuilwaterriool (DWA) en het DIT-riool. Het DIT-riool bestaat uit een buis met gaatjes en een grote diameter, zodat regenwater snel kan worden afgevoerd naar het oppervlaktewater bij hevige buien. De buis is aangesloten onder het waterpeil van het oppervlaktewater.
Hoe helpen deze maatregelen om de omgeving klimaatbestendiger te maken?
Grondwater aanvullen en AGWP maken de omgeving op verschillende manieren klimaatbestendiger.
Minder verdroging
Door grondwater actief aan te vullen, blijft er meer water in de bodem. Planten, bomen en landbouwgewassen kunnen dan ook in droge periodes voldoende water opnemen. Dat voorkomt bijvoorbeeld uitdroging van de bodem en schade aan gewassen.
Verzilting tegengaan
In Nederland wordt grondwater al heel lang bewust aangevuld. Voor het eerst gebeurde dit in 1940 in de duinen bij Katwijk door de Leidsche Duinwatermaatschappij. De reden was om het zoetwater in de duinen op peil te houden. Daardoor kan zout grondwater minder makkelijk het gebied binnendringen en wordt verzilting tegengegaan. Later is er ook gezuiverd rivierwater in duinen verspreid die voor drinkwater wordt gebruikt. Voor het westen van Nederland is drinkwater uit de duinen nog steeds heel belangrijk.
Bodemdaling: veenoxidatie voorkomen
Een lage grondwaterstand kan in veengebieden leiden tot veenoxidatie. Veenoxidatie is het proces waarbij veen in de bodem afbreekt door zuurstof. Daarbij kunnen broeikasgassen vrijkomen, zoals CO₂, lachgas en methaan. Ook kan het leiden tot bodemdaling.
Bodemdaling kan schade veroorzaken aan infrastructuur, wegen en riolering. Ook kan het leiden tot paalrot, waardoor funderingen beschadigen en gebouwen kunnen verzakken. Zelfs gebouwen met een fundering op staal kunnen bij een lage grondwaterstand verzakken. Ook planten, struiken en bomen kunnen last krijgen van een lage grondwaterstand.
Door grondwater aan te vullen blijft de grondwaterstand hoger. Daardoor kun je veenoxidatie, bodemdaling en de negatieve gevolgen daarvan beperken.
Minder wateroverlast
Met actief grondwaterpeilbeheer kun je het grondwater ook verlagen als er veel regen wordt verwacht. Daardoor kan de bodem meer regenwater opnemen en ontstaat er minder kans op wateroverlast op straat of in woningen.
Effecten van grondwater aanvullen en actief grondwaterpeilbeheer
Lees meer over de effecten van grondwater aanvullen en actief grondwaterpeilbeheer.
Hoe groot kan het effect van grondwateraanvulling zijn?
De grootte van het effect verschilt per gebied en hangt onder andere af van de bodem, het systeem en de hoeveelheid water die infiltreert. Hieronder staan twee praktijkvoorbeelden.
Praktijkvoorbeeld Vondelpark in Amsterdam
In 2017 is om wateroverlast te beperken in het Amsterdamse Vondelpark een Drainage-Infiltratiesysteem aangelegd. Na de aanleg was de gemiddelde grondwaterstand bij de vier peilbuizen 10 tot 20 centimeter lager dan de situatie ervoor. De hoogste grondwaterstanden waren 10 tot 40 centimeter lager. Bij peilbuis 2 werden een jaar na de aanleg hogere grondwaterstanden gemeten, wat mogelijk veroorzaakt werd doordat de drain niet goed meer werkte. Meer over dit praktijkvoorbeeld vind je in het rapport Grootschalig actief grondwaterpeilbeheer in bebouwd gebied – fase 1 van Deltares.
Praktijkvoorbeeld waterschap De Dommel grondwater aanvullen
Uit een modelstudie van Acacia Water voor waterschap De Dommel komt naar voren dat een infiltratie van 5,5 millimeter per dag in de winterperiode zorgt voor een verhoging van de hoogste grondwaterstand (GHG) van 30-50 centimeter. Dit effect is vooral lokaal en in het voorjaar is het effect nauwelijks zichtbaar omdat de bodem heel veel water kan opvangen. Meer hierover kun je lezen het STOWA-rapport Verantwoord infiltreren en aanvullen van grondwater uit 2025.
Kan grondwater aanvullen ook negatieve effecten hebben?
Grondwater aanvullen kan soms ook negatieve effecten hebben. Je leest er hieronder meer over.
Minder water opvangen
Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden heeft voor de veengebieden met een regionale modelberekening onderzocht welke effecten een verhoging van oppervlaktewaterpeilen en infiltratiesystemen op de grondwaterstanden hebben. Hieruit bleek onder meer dat er in alle scenario’s minder water kon worden opgevangen, en dat de risico’s op overlast toenamen.
Minder gewasopbrengst
Als je kiest voor hogere grondwaterstanden, dan leidt dit ook tot minder gewasopbrengst voor de landbouw. En om hogere grondwaterstanden te creëren via een hoger oppervlaktewaterpeil, zul je meer water moeten aanvoeren, vooral in de zomerperiode tussen mei en september. Dat komt onder andere omdat er in deze maanden veel water verdampt. Tegelijk worden de gewenste grondwaterstanden in lijn met water en bodem sturend niet gehaald. Meer gedetailleerde informatie over dit onderzoek vind je op de website van H2O Waternetwerk.
Risico’s voor de waterkwaliteit
Volgens STOWA kan regenwater dat in de bodem terechtkomt stoffen bevatten die slecht zijn voor de waterkwaliteit. Denk hierbij aan medicijnresten, bestrijdingsmiddelen, chemische stoffen (PAK’s), zouten, zware metalen en ziekteverwekkers zoals bacteriën of virussen. Dit kan leiden tot een slechtere kwaliteit van de bodem en het grondwater, en tot het verspreiden van bestaande of nieuwe verontreiniging. Dit geldt ook voor andere maatregelen zoals wadi’s. Lees er meer over in het artikel Bodemvervuiling in wadi's onderzocht met nieuwe methode van Floris Boogaard.
Wil je meer weten over de effecten van verschillende adaptatiemaatregelen op de waterkwaliteit? Bekijk dan het kennisdossier waterkwaliteit op dit kennisportaal.
Risico’s van water uit lokale watergangen
Grondwater aanvullen met water uit lokale kleine rivieren, kanalen en beken heeft ook risico’s voor de waterkwaliteit door verontreiniging uit overstorten, lozingen en de landbouw in de buurt. Dit oppervlaktewater kan ook verontreinigd zijn door water uit het hoofdwatersysteem. Zie het artikel De kwaliteit van afstromend hemelwater in Nederland op de website van H20 Waternetwerk.
Monitoring van effecten
Hieronder lees je meer over het monitoren van grondwater aanvulling.
Wanneer is monitoring verplicht?
Monitoring kan deel uitmaken van de vergunningseisen voor grondwater aanvullen en infiltratie. De Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) verplichten initiatiefnemers om milieuschade met behulp van maatregelen te voorkomen, beperken of herstellen. Om hieraan te voldoen is het noodzakelijk om te monitoren. Voor maatregelen in grondwaterbeschermingsgebieden is monitoring verplicht. In het rapport van STOWA vind je een raamwerk om verantwoord te infiltreren en grondwater aan te vullen.
Hoe meet je de effecten van grondwater aanvullen?
De effecten van grondwater aanvullen meet je door naar het volgende te kijken:
- Voer een nulmeting uit na de aanleg zodat je die kunt vergelijken met latere metingen.
- Meet de grondwaterstanden met peilbuizen.
- Monitor het infiltratiewater en de infiltratiesnelheid.
- Monitor de bodem- en grondwaterkwaliteit.
- Monitor regelmatig, in het geval van infiltratie via regenwater elke drie maanden.
- Meet de waterkwaliteit op de aanwezigheid van schadelijke stoffen.
De figuur hieronder laat zien hoe je het functioneren van een geperforeerde buis kunt meten. Op ClimateScan kan je ook video’s vinden van hoe dit in zijn werk gaat. Dit is gebeurd in Amsterdam, Groningen en Weert.
Zijn er voorbeelden van effectmetingen?
Via ClimateScan vind je allerlei voorbeelden van effectmetingen. De resultaten hangen af van de locatie waar de metingen zijn gedaan. Meer hierover kun je ook lezen in het artikel ‘We pompen onszelf naar beneden’ uit Dagblad van het Noorden, 10 februari 2015.
Hieronder lees je meer over resultaten van onderzoek en metingen in Zeist en Arnhem. Deze resultaten zijn via YouTube gedeeld tijdens het ClimateCafé GroenBlauw online uit 2021.
Metingen IT-riolering in Zeist
Uit onderzoek van Sweco naar IT-riolen (Infiltratie Transport) in Zeist bleek onder meer dat de riolen vaak binnen enkele uren al voor de helft leeg waren. Daarna liep het water veel langzamer weg, maar de rioleringen waren allemaal binnen 24 uur na het vullen weer leeg. Dit was volgens de eisen dat de berging binnen 1 dag weer beschikbaar moest zijn voor de volgende bui.
Tijdens dit onderzoek werd het riool aan beide kanten afgesloten. Daarna werden waterloggers opgehangen om de waterdruk en temperatuur te meten. Uit de visuele inspectie bleek dat er slib in de IT-riolen zat, net als op andere locaties. Het advies was om de meting na een paar jaar opnieuw te doen en dan te controleren of het riool verder is dichtgeslibd en of de leeglooptijd is toegenomen, bijvoorbeeld tot meerdere dagen. De onderzoekers adviseerden ook om regelmatig de straat en de kolken te reinigen om slib in het IT-riool zoveel mogelijk te voorkomen.
Bekijk op YouTube een impressie van dit onderzoek in Zeist.
Metingen IT-rioleringen in Arnhem en Ede
Gemeente Arnhem heeft verschillende IT-rioleringen, en kunststof en betonnen infiltratieputten onderzocht. Hierbij zijn ook monsters genomen van het slib. De eis was dat de voorzieningen binnen 24 uur na het vullen weer leeg moesten zijn.
Enkele resultaten:
- Ook hier liepen de IT-riolen in het begin snel leeg, en daarna liep het water veel langzamer weg door dichtslibbing.
- In de Arnhemse wijk Sterrenberg zijn vier infiltratieputten onderzocht. De resultaten verschilden flink binnen de wijk, en de leeglooptijd was veel langer dan 24 uur.
- De betonnen putten waren snel leeg, de kleinere kunststof putten niet. De oorzaak lag waarschijnlijk bij de geotextielen die om de kunststofputten waren gewikkeld. Die waren helemaal dichtgeslibd, waardoor die doeken geen water meer doorlieten. Het slib was bovendien verontreinigd.
Enkele adviezen van de gemeente Arnhem:
- Deze maatregelen werken na verloop van tijd door dichtslibbing altijd minder goed dan direct na aanleg. Houd daar rekening mee.
- Stel een beheer-, onderhouds- en monitoringplan op. Kijk bijvoorbeeld waar struiken en bomen staan die blad verliezen waardoor de kolken kunnen verstoppen. Kolken kun je drie of vier keer per jaar schoonmaken.
- Heel belangrijk: zorg ervoor dat er geen vuil in je maatregel terechtkomt.
- Houd er rekening mee dat de bodem vervuild bij een verkeerde aansluing kan raken met zware metalen, PAK’s en oliën in de directe omgeving, binnen 5 centimeter van de maatregel.
- Doe een nulmeting na aanleg, zodat je latere meetresultaten daarmee kunt vergelijken.
Kijk voor meer informatie de video over dit onderzoek op YouTube.
Ontwerp en aanleg
Hieronder vind je meer informatie over het ontwerp en de aanleg van systemen voor Actief Grondwaterpeilbeheer (AGWP). Deze informatie is gebaseerd op de Factsheet Actief Grondwaterpeilbeheer 2022. Richtlijnen voor het ontwerp en de aanleg van systemen voor Actief Grondwaterpeilbeheer en andere infiltratiemaatregelen staan in het rapport Richtlijnen voor locatie- en systeemkeuze, ontwerp, aanleg en beheer van infiltratievoorzieningen (2026) van stichting RIONED en STOWA. Zie hiervoor hoofdstuk 3 en 4 van het rapport.
Waar moet je op letten bij het ontwerp?
Als je een grondwater gaat aanvullen, is het belangrijk om na te denken over de volgende punten.
Zorgvuldig ontwerp
Een systeem voor actief grondwaterpeilbeheer (AGWP) werkt op een vergelijkbare manier als een rioleringssysteem. Het systeem verzamelt en voert water af. Daarom moet je het ook op dezelfde zorgvuldige manier ontwerpen als riolering. De leidingen van een AGWP-systeem liggen bijna altijd onder de grondwaterstand. Zo kan het systeem water aanvoeren of afvoeren en blijft het grondwaterpeil regelbaar.
Bodemsoort heel belangrijk
Dynamisch peilbeheer kan op alle soorten grond een positief effect hebben. Wel verschilt de snelheid waarmee de grondwaterstand reageert op een peilverandering per grondsoort. In zandgrond stroomt water relatief makkelijk door de bodem. Klei- en veengronden laten water minder goed door. Wel is het zo dat er in klei- en veengebieden vaak meer sloten liggen. Daardoor kan het waterpeil daar op meer plekken tegelijk worden geregeld. De afstand tussen een verandering van het peil en de reactie in het grondwater is dan kleiner, en de grond reageert uiteindelijk toch sneller. Je kunt het bereik van het systeem ook vergroten door uitleggers te maken. Een uitlegger is een extra leiding naar een tuin of perceel, zodat een bewoner daar bijvoorbeeld zelf de grondwaterstand kan regelen. Maar in de praktijk wordt dit weinig gebruikt.
Modelleren van AGWP-systeem
Rekenmodellen zijn in de praktijk lastig te gebruiken voor het grootschalig toepassen van een AGWP-systeem. Dat komt doordat veel factoren een rol spelen, zoals de bodem, grondwaterstanden en het functioneren van maatregelen. Een model werkt alleen goed als er veel lokale gegevens beschikbaar zijn, bijvoorbeeld over de bodemopbouw of lekkende leidingen. Daarom adviseren gemeenten meestal op basis van lokale grondwatermetingen.
Rol van het stroomsysteem
Let bij het ontwerp op de manier waarop water door het AGWP-systeem stroomt. Het water beweegt door het verschil in hoogte tussen het oppervlaktewater en het grondwater. Daardoor kan water het systeem in of uit stromen. Meestal gaat er maar een kleine hoeveelheid water door het systeem.
Gebruik geotextielen met grote openingen
Om leidingen met openingen te beschermen tegen verstopping door fijne gronddeeltjes worden ze vaak in waterdoorlatende doeken of vezelachtige matten gewikkeld. Deze zorgen ervoor dat water goed tussen de bodem en de leidingen kan stromen en verkleinen de kans dat de leidingen verstoppen door fijne gronddeeltjes. Het advies is om hier een ‘woven’ of ‘non-woven’ voor te gebruiken, met grote openingen van tussen de 700 en 1100 micrometer. Dit doek raakt minder snel verstopt dan doeken met kleinere openingen (en een kleine O90-waarde), waardoor ze beter bestand zijn tegen dichtslibben.
Grondwaterpeil afstemmen op oppervlaktewater
Je kunt het grondwaterpeil afstemmen op het oppervlaktewater met extra onderdelen in het systeem. Denk bijvoorbeeld aan verticale opzetstukken, een overstortmuur, een buisuitlaat, compartimenten in de leidingen, een regelbare mechanische klep of een pomp.
Waar moet je op letten bij de aanleg?
Als je het AGWP-systeem aanlegt, is het belangrijk om het systeem aan te sluiten op oppervlaktewater en om te bedenken of het nodig is om het oppervlaktewater voor te zuiveren. Hieronder lees je er meer over.
Sluit het systeem aan op het oppervlaktewater
Zorg voor een goede en stevige aansluiting van het AGWP-systeem op het oppervlaktewater. Gebruik hiervoor een uitstroombak. Deze bak voorkomt dat de leiding beschadigd raakt tijdens onderhoud aan de sloot en helpt verstopping te voorkomen.
Let op of voorzuivering van infiltratiewater nodig is
Voorzuivering met sedimentatie of filtratie kan helpen om kleine deeltjes uit het aangevoerde oppervlaktewater te verwijderen. Dit verkleint de kans dat de infiltratieleidingen verstopt raken.
De gemeente Schiedam gebruikt een speciale vorm van voorzuivering. Daarbij wordt de grondwaterstand geregeld met een kleppensysteem in twee putten. De kleppen werken met een hevelsysteem en ballonnen die reageren op de waterstand. Een hevelsysteem laat water stromen door hoogteverschil, zonder pomp. Zo kunnen de kleppen automatisch openen en sluiten. Bij een hoge waterstand sluit het systeem automatisch af van het oppervlaktewater.
De voorzuivering gebeurt met een klein lamellenfilter. Dit is een filter met dunne plaatjes waar het water langs stroomt. Vuildeeltjes blijven achter op de plaatjes, terwijl het water verder stroomt. Door de grondwaterstanden te meten, controleert de gemeente of deze aanpak goed werkt.
Waar kun je een AGWP-systeem aanleggen?
Een AGWP-systeem kun je aanleggen in straten en woonwijken waar genoeg ruimte is voor leidingen, net als bij gewone riolering. Het systeem werkt goed in gebieden met problemen door hoge of lage grondwaterstanden. IT-riolen en drainage vind je overal in Nederland. Vooral in zandgrond kan een AGWP-systeem veel effect hebben op de grondwaterstanden, omdat water daar makkelijk infiltreert.
Een AGWP-systeem ligt vaak dicht bij oppervlaktewater, zodat het water snel aangevoerd of afgevoerd kan worden. AGWP is minder geschikt op plekken met weinig ondergrondse ruimte of in bodems die bijna geen water doorlaten, zoals in (zware) klei- of veengebieden.
Heb je een vergunning nodig?
Sinds 2009 geldt de Waterwet. Door deze wet heb je voor wateractiviteiten nog maar één vergunning nodig. Voor veel activiteiten hoef je geen vergunning aan te vragen, maar alleen een melding te doen. Voor een AGWP-systeem geldt het volgende:
- Water lozen of water uit de sloot halen: bekijk de regels van het waterschap.
- Zorgplicht voor regenwater en grondwater: bekijk de regels van de gemeente.
- Waterstanden regelen in sloten: bekijk de regels van het waterschap.
- Grondwater infiltreren of oppompen: bekijk de regels van het waterschap.
Gemeenten geven aan dat vergunningen meestal geen probleem zijn voor AGWP-systemen. In overleg met het waterschap worden hierover al in een vroeg stadium afspraken gemaakt.
Soms is wel een vergunning nodig, bijvoorbeeld voor een aansluiting op het oppervlaktewater of voor het wegpompen van water tijdens aanleg of onderhoud. Dit is vergelijkbaar met een gewone riolering. Als je in het systeem een pomp wilt gebruiken, moet je dit wel extra afstemmen met het waterschap. Ook als je een grootschalig AGWP-systeem wilt aanleggen is het slim om te overleggen met het waterschap. Zo'n systeem kan namelijk de kwaliteit van het grondwater en de hoeveelheid grondwater beïnvloeden.
Beheer en onderhoud
Een goed ontworpen en goed aangelegd AGWP-systeem heeft meestal evenveel onderhoud nodig als een normaal rioolstelsel. Dat geldt zeker voor systemen met diameters groter dan 200 millimeter. Richtlijnen voor het beheer en onderhoud van AGWP-systemen en andere infiltratiemaatregelen staan in het rapport Richtlijnen voor locatie- en systeemkeuze, ontwerp, aanleg en beheer van infiltratievoorzieningen (2026) van stichting RIONED en STOWA. Zie hiervoor hoofdstuk 5 van het rapport.
Hoe zorg je dat een AGWP-systeem goed blijft werken?
In Haarlem zijn al tientallen jaren goede ervaringen met zorgvuldig ontworpen AGWP-systemen. Ook bij de drinkwaterbedrijven in de duinen is veel kennis. Daar worden infiltratieleidingen volgens het Factsheet Grondwaterpeilbeheer al honderd jaar onderhouden. Dit gebeurt vooral door zuigspoelen: schoonspuiten waarbij vuil wordt weggezogen. Hieronder vind je nog meer tips voor beheer en onderhoud:
Geen onderhoud als het niet nodig is
Voer geen onderhoud uit zolang het systeem goed werkt. Onnodig onderhoud kan de infiltratie en drainerende werking verstoren. Bij regen spoelt het systeem bovendien soms vanzelf schoon.
Is onderhoud wel nodig? Dan kun je de leidingen doorspuiten. Dit gebeurt vooral bij kleinere leidingen, omdat deze sneller kunnen verstoppen. Leidingen met een grotere diameter raken minder snel verstopt en hebben daarom meestal minder onderhoud nodig.
De juiste waterdruk hangt af van de diameter, de lengte van de leiding en het type omhulling. Let op: te vaak of met te hoge druk doorspuiten kan de leiding beschadigen en vuil dieper in de filterlaag drukken.
Let op met oppervlaktewater
Let extra op verstopping wanneer het systeem infiltreert met oppervlaktewater. Kleine deeltjes kunnen de leiding langzaam laten dichtslibben.
Complexe systemen vragen meer onderhoud
Systemen met pompen en opzetstukken vragen meer onderhoud. Controleer deze onderdelen regelmatig en neem dit op in het periodiek onderhoud.
Hoe zorg je dat een DIT-riool goed blijft werken?
Voor een DIT-riool geldt het volgende:
- Zuig de putten en kolken meerdere keren per jaar leeg.
- Verwijder bladeren om verstopping te voorkomen.
Meer hierover lees je onder Monitoring van effecten.
Wat als het systeem niet goed meer werkt?
Als het AGWP-systeem niet goed meer werkt, dan merk je dat bij monitoring of door meldingen van overlast, zoals natte kruipruimtes of plassen water. Als de grondwaterstand rond de leiding duidelijk anders is dan de waterdruk in de leiding, kan er verstopping zijn. Dan is onderhoud nodig.
Wie is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud?
Ligt het AGWP-systeem of het systeem om grondwater aan te vullen in de openbare ruimte, bijvoorbeeld onder straten? Dan is meestal de gemeente verantwoordelijk voor het onderhoud. Het waterschap is medeverantwoordelijk als het systeem aangesloten is op oppervlaktewater. In de praktijk werken gemeente en waterschap altijd samen. De gemeente beheert meestal de leidingen, terwijl het waterschap toeziet op waterkwaliteit, peilen en de aansluiting op oppervlaktewater. Alleen als er leidingen naar particuliere terreinen lopen, kan een bewoner of bedrijf zelf verantwoordelijk zijn voor dat deel.
Wat is de levensduur van een AGWP-systeem?
Er is geen vaste levensduur, maar praktijkervaring laat zien dat een AGWP- of DIT-systeem minimaal 30 jaar mee kan gaan, en vaak langer als het systeem goed is ontworpen, aangelegd en onderhouden. De oudste DIT-riolering ligt al meer dan 30 jaar in Nederland. Deze is nog steeds in gebruik.
Kosten en beheer
Lees hieronder meer over de kosten en baten van AGWP- en DIT-systemen.
Let op: De indicatie van de kosten en baten van de maatregel is gebaseerd op informatie uit de Toolbox Klimaatbestendige Stad. Waar mogelijk zijn de cijfers geactualiseerd op basis van deskundig oordeel (Boogaard, 2026). Het prijspeil is 2026.
Wat kost de aanleg van een AGWP-systeem?
De kosten voor de aanleg van een AGWP-systeem hangen vooral af van de plek en de situatie in de ondergrond. Als de gemeente het systeem tegelijk aanlegt met een nieuw riool, zijn de kosten tussen de €50 en €250 per meter. Dit hangt onder andere af van de locatie en het materiaal dat je gebruikt. Als je het systeem aanlegt zonder ook het riool te vervangen, dan kunnen de kosten veel hoger zijn.
Wat kost de aanleg van een DIT-riolering?
De kosten voor de aanleg van een DIT-riolering kunnen sterk verschillen, bijvoorbeeld door de locatie, het gebruikte materiaal en de afmetingen. Gemiddeld kost de aanleg €175,- per meter. Houd bij het onderhoud rekening met ongeveer 4% van de aanlegkosten. Vaak liggen de kosten van een DIT-riolering tussen die voor grindkoffers en kratten. Tegelijk is een DIT-riolering niet veel duurder dan een gewone riolering. De buis zelf is meestal iets duurder, maar het graafwerk en de andere werkzaamheden zijn vergelijkbaar met andere soorten riolen. Andere ondergrondse oplossingen zijn vaak duurder, maar bieden dan ook extra functies zoals wateropslag of slim gebruik van de ruimte.
Wil je de kosten van DIT-riool vergelijken met andere adaptatiemaatregelen? Bekijk dan het kostenoverzicht met gemiddelde aanlegkosten per maatregel.
Wat zijn de baten van een AGWP-systeem?
AGWP levert veel op. Het systeem vermindert schade aan wegen, groen, kabels en leidingen en helpt bodemdaling tegen te gaan. Voor particulieren kan actief grondwaterpeilbeheer dure maatregelen tegen grondwateroverlast voorkomen. Zulke maatregelen kosten rond de €5.500 tot €12.000 per pand. Dit hangt sterk af van het soort maatregel en de plaatselijke situatie.
Wat zijn de voordelen die je niet in geld kunt uitdrukken?
Daarnaast zijn er voordelen die moeilijk in geld zijn uit te drukken, zoals minder funderingsschade, betere gezondheid zonder vochtoverlast en betere groei van bomen. In veel situaties zijn de baten groter dan de kosten, vooral in gebieden met bodemdaling en lage grondwaterstanden.
Ervaringen met grondwater aanvullen
Ben je benieuwd naar ervaringen met het aanvullen van grondwater en actief grondwaterpeilbeheer? Hieronder vind je enkele voorbeelden:
Voorbeelden op de voorbeeldenkaart op dit kennisportaal
- Gemeente Diemen heeft DIT-riolen gebruikt om tijdens droogte bomen vitaal en heipalen nat te houden. Daarnaast heeft ze met succes laagteberging toegepast in vlak slecht doorlatend gebied met hoog grondwater.
- Gemeente Gouda heeft gesprekken met bewoners gevoerd over plan om waterpeil in Gouda te verlagen.
Andere voorbeelden
- In Zeist zijn IT-rioleringen gemonitord. Via ClimateScan kun je de resultaten van dit onderzoek bekijken.
- Op YouTube deelt Erik Laurentzen van de gemeenten Arnhem in een presentatie tijdens ClimateCafé Groenblauw de ervaringen met IT-rioleringen in Arnhem en Ede.
Bronnen
Hieronder vind je de bronnen die zijn gebruikt voor de informatie op deze pagina.
Websites
Literatuur
-
Stichting RIONED en STOWA (2026). Richtlijnen voor locatie- en systeemkeuze, ontwerp, aanleg en beheer van infiltratievoorzieningen.
- Boogaard, F. en Stax, S. (2025). 'Van Corona-studentenvragenuurtje naar groenblauwe community: Climatecafe GroenBlauw bestaat inmiddels 5 jaar'. In: Land en Water.
- Eslamian, S. en Eslamian, F. (2025). Handbook of Hydrosystem Restoration, Groundwater Natural Recharge (GNR).
- Raat, Klaasjan e.a. (2025). STOWA-rapport Verantwoord infiltreren en aanvullen van grondwater.
- M, e.a. (2024). KCAF-inspiratieboekje Grondwateraanvulling voor funderingsbehoud.
- Dirkx, W.J., Graas, S., Heijkers, J. en Van den Berg, H. (2024). 'Peilstrategieën om grondwaterstanden in veengebieden te verhogen'. In: H2O.
- Tuinenburg-Jansen, A. e.a. (2022). Factsheet Actief Grondwaterpeilbeheer, Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling.
- Boogaard, F., Liefting, E., Langeveld, J., Palsma, B. (2020). ‘De kwaliteit van afstromend hemelwater in Nederland’. In: H2O.
- Boogaard, F. 'Bodemvervuiling in wadi’s onderzocht met nieuwe methode’. In: H2O
- Buma, J. e.a. (2018). Deltares-rapport Grootschalig actief grondwaterpeilbeheer in bebouwd gebied – fase 2
- Buma, J. e.a. (2017). Deltares-rapport Grootschalig actief grondwaterpeilbeheer in bebouwd gebied – fase 1.
- Boogaard, F. (2015). ‘We pompen onszelf naar beneden’. In: Dagblad van het Noorden.
Meer informatie
Wil je meer technische informatie over grondwater aanvullen? Kijk dan in de kennisbank van RIONED. In deze lijst zie je of jouw organisatie toegang heeft tot deze kennisbank.
Bekijk andere maatregelen
Benieuwd naar de andere adaptatiemaatregelen op deze website?

