Zoeken
Zoeken in de index
Bij overstromingen kan een sheltergebouw onderdak bieden aan bewoners die geen eigen droge verdieping hebben. Bewoners kunnen zichzelf in veiligheid brengen door naar de shelter te gaan voordat het water het gebied bereikt. Is er een verhoogde evacuatieroute? Dan kunnen mensen de shelter ook tijdens een overstroming bereiken.
Je kunt schade en slachtoffers beperken dankzij een goed noodplan. Daarin staat duidelijk welke stappen je neemt in het geval van een overstroming. Een noodplan kan je op het niveau van een regio of stad opstellen, maar ook op het niveau van een bedrijventerrein of bouwblok.
Een verhoogde plek in de buitenruimte kun je gebruiken als vluchtplaats voor mensen en dieren die tijdens een overstroming een veilige plek zoeken. Het is wel belangrijk dat deze hoger gelegen plekken ook echt goed bereikbaar zijn. Dat betekent dat ze ook ’s nachts bereikbaar zijn en niet afgesloten zijn, bijvoorbeeld door een hek.
Belangrijke hoofdwegen kunnen als evacuatieroute dienen. Het is belangrijk dat ze bij een overstroming droog blijven en als het mogelijk is dus verhoogd liggen. Ook is het belangrijk dat een goed informatiesysteem duidelijk maakt dat de hoofdwegen deel uitmaken van een noodroute.
Amfibisch straatmeubilair staat in de openbare ruimte. Tijdens een overstroming gaat het amfibische meubilair drijven en kan het als vlot dienen. Dit meubilair kun je bijvoorbeeld gebruiken in recreatiegebieden die diep kunnen overstromen en waar weinig verhoogd gelegen droge plekken zijn.
Mensen die op de begane grond wonen, kunnen het slachtoffer worden van een plotselinge, diepe overstroming, doordat ze niet op tijd gealarmeerd worden en niet weg kunnen komen. Dit kan bijvoorbeeld ’s nachts gebeuren. Door in gebieden met een grote overstromingskans geen woningen met slaapkamers op de begane grond aan te leggen, kun je het risico op slachtoffers verkleinen.
Bij een woning op de begane grond in diep overstroombaar gebied is het belangrijk om voor een vluchtroute naar droge verdiepingen te zorgen. Bewoners kunnen dan tijdens een plotselinge overstroming snel naar boven vluchten.
Vitale- en kwetsbare functies kun je beter niet op de begane grond plaatsen in gebieden die diep kunnen overstromen. Denk hierbij aan basisscholen, verzorgingstehuizen, ziekenhuizen, bedrijven met schadelijke stoffen of energievoorzieningen. Kwetsbare groepen kunnen zichzelf tijdens een overstroming minder goed in veiligheid brengen. Het uitvallen van vitale functies kan een grote groep inwoners raken.
Veel diepe polders en droogmakerijen hebben een grote maximale overstromingsdiepte, waardoor de kans op slachtoffers hier tijdens een overstroming groter kan zijn. Je kunt erover nadenken om in zulke diep overstroombare gebieden niet meer te bouwen. Als je dat toch doet, moet je er misschien vooral klimaatadaptief bouwen. Of je zorgt ervoor dat de keringen worden versterkt en de kans op een overstroming kleiner wordt.
Een verhoogd uitgiftepeil voor nieuwe ontwikkelingen zorgt dat de bebouwing minder kans heeft te overstromen. Zo is de Amsterdamse binnenstad ooit bij de aanleg verhoogd. De stad heeft hier nog steeds voordeel van. Dat komt omdat de maximale overstromingsdiepte van dit gebied nog steeds lager is dan in veel andere delen van de stad. Ook de Rotterdamse haven heeft zo’n uitgiftepeil. In theorie kun je een gebied zo ver ophogen als je wilt. Maar voor grotere gebieden in Amsterdam kun je niet veel hoger dan ongeveer 50 cm.
- vorige pagina
- 1
- ...
- 154
- ...
- 266
- volgende pagina
