FAQ maatlat
De maatlat is nodig om beter voorbereid te zijn op de gevolgen van klimaatverandering. Zo kunnen we ook in de toekomst in een veilige, gezonde én groene omgeving blijven wonen en werken. Deze maatlat maakt voor nieuwbouw duidelijk hoe klimaatadaptief inrichten eruitziet. Daarmee biedt de maatlat houvast en handelingsperspectief voor overheden, woningcorporaties en partijen uit de bouw.
De maatlat is bedoeld voor gemeenten, waterschappen, provincies, woningcorporaties en partijen uit de bouw, zoals projectontwikkelaars en ontwerpers. De maatlat maakt duidelijk hoe klimaatadaptief inrichten eruitziet en geeft houvast bij nieuwe projecten en gebiedsontwikkelingen.
De maatlat bestaat uit doelen, prestatie-eisen en richtlijnen om te komen tot een groene en klimaatadaptieve gebouwde omgeving. De maatlat schrijft geen maatregelen voor. Zo bieden we ruimte voor lokale invulling en worden innovatieve en slimme oplossingen vanuit de markt gestimuleerd. Wil je klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen en inrichten vastleggen in decentraal beleid of plannen? Dan kan de Handreiking decentrale regelgeving klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen (pdf, 4.7 MB), inrichten en beheren daarbij helpen. Deze handreiking laat aan de hand van concrete voorbeelden zien wat er binnen de huidige regelgeving mogelijk is. Op de website www.bouwadaptief.nl staan goede voorbeelden van klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen en inrichten.
De maatlat geldt voor de hele gebouwde omgeving. Dit zijn gebieden met woningen, kantoren, scholen, winkels, gezondheidscentra en sportcentra en bedrijventerreinen. Het gaat om de inrichting van gebieden. Dus om privéterrein, de openbare ruimte en de infrastructuur in steden en dorpen. De maatlat geldt niet voor de landelijke vitale en kwetsbare infrastructuur. Onder infrastructuur in steden en dorpen vallen de openbare weg en de openbare ruimte, ook rondom netwerken zoals het spoor. Een voorbeeld: het spoor en spoorbruggen vallen niet onder de maatlat (want dit is vitale en kwetsbare infrastructuur), het stationsplein valt wel onder de maatlat.
De maatlat richt zich op nieuwbouw, maar de huidige maatlat kan gebruikt worden als referentiekader voor het ambitieniveau in de bestaande gebouwde omgeving. Het Rijk is bezig om een aparte maatlat te ontwikkelen voor de bestaande gebouwde omgeving. Dit wordt in 2027 verder uitgewerkt.
De landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving is toepasbaar voor heel Nederland en voor alle soorten ontwikkelingen, klein en groot. De maatlat is daarmee een landelijk uniform referentiekader met doelen, prestatie-eisen en richtlijnen voor wateroverlast, hitte, droogte, biodiversiteit, bodemdaling en overstromingen. Op deze manier zorgen we ervoor dat we in heel Nederland een basisniveau voor een groene en klimaatadaptieve gebouwde omgeving bereiken. Maar de uitdagingen op het gebied van droogte, bodemdaling, hitte, biodiversiteit en wateroverlast zijn niet overal hetzelfde. Daarom is het nodig om per locatie te bepalen welke maatregelen het beste aansluiten bij de doelen, eisen en richtlijnen uit de maatlat.
De maatlat gaat over de inrichting van gebieden: de buitenruimte. De maatlat stelt geen technische eisen aan gebouwen zelf. De maatlat staat dus los van de bouwregelgeving en de uitputtende werking van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
De maatlat helpt om nieuwe bouwprojecten klimaatadaptief en groen te ontwikkelen, met als doel Nederland weerbaarder te maken tegen het veranderende klimaat. De doelen, prestatie-eisen en richtlijnen dienen al in het begin van het ontwikkelproces van nieuwbouwlocaties te worden meegenomen en vertaald te worden naar groene en klimaatadaptieve maatregelen. Zo weten partijen uit de bouwsector waar ze aan toe zijn. En het schept duidelijkheid voor overheden die beleid moeten opstellen.
Dit levert voorspelbaarheid aan de bouwsector, ook t.b.v. een betaalbare en haalbare (woning)bouwopgave en duidelijkheid aan medeoverheden ten aanzien van hun beleid. Het Rijk heeft een financiële verkenning uitgevoerd om inzicht te krijgen in financiële gevolgen van de maatlat voor de woningbouwopgave.
Ja, er blijft altijd ruimte voor lokale invulling. De maatlat schrijft niet voor welke maatregelen je moet nemen. Je kiest dus zelf welke maatregelen het beste passen bij de doelen uit de maatlat. De lokale context bepaalt uiteindelijk welke maatregelen en oplossingen het meest geschikt zijn om een nieuwbouwlocatie klimaatadaptief en groen te ontwikkelen. Zo blijft er voldoende om de nationale doelen op een lokale manier in te vullen.
De maatlat biedt een landelijke basis voor groen en klimaatadaptief bouwen en is gebaseerd op bestaande afspraken die eerder inde afgelopen jaren in verschillende regio’s hierover zijn gemaakt. De bestaande regionale afspraken komen voor het grootste deel overeen met de maatlat en op sommige punten zijn ze concreter dan de richtlijnen uit de maatlat, bijvoorbeeld bij de groennorm. Dat betekent in de praktijk vaak dat de regionale afspraken gebruikt kunnen worden om de landelijke maatlat toe te passen.
Nee, de Landelijke Maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving is niet wettelijk verplicht. Het Rijk werkt er samen met de medeoverheden aan om de afspraken uit te werken die over water en bodem zijn gemaakt op de Woontop (2024). Daar is afgesproken om te werken aan uniforme kaders voor wateroverlast en bodemdaling. Deze uitwerking geldt voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Voor wateroverlast komt er een wettelijke eis in de vorm van een rekenregel. Ook voor bodemdaling komt er een eis. Bij allebei is de maatlat het uitgangspunt. De uitwerking en vaststelling van de inhoud volgt een zorgvuldig proces.
Het Rijk heeft een financiële verkenning laten uitvoeren om inzicht te krijgen in de kosten en baten van de maatlat en financieringsmogelijkheden. De resultaten vind je in het rapport 'Financiële verkenning maatlat klimaatadaptatie'. Op dit kennisportaal vind je een hulpmiddel van RVO dat een overzicht biedt van de beschikbare kennis over financiering.
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen (UvW) hebben namens alle decentrale overheden bestuurlijk afgesproken dat ze de maatlat al zoveel mogelijk gaan toepassen in de praktijk. Als decentrale overheid kan je op verschillende manieren de maatlat meenemen in je beleid:
- Borg de maatlat in beleid of regelgeving. In de handreiking decentrale regelgeving klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen, inrichten en beheren staan goede voorbeelden van hoe je onderdelen uit de maatlat kunt borgen. En in het verslag van de sessie 'De maatlat binnen projecten' (pdf, 742 kB) van Samen Klimaatbestendig vind je informatie over hoe je prestatie-eisen voor klimaatadaptief bouwen kunt borgen in gemeentelijke regelgeving en in tenders.
- Borg de maatlat in het werkproces:
- Kijk waar je onderdelen uit de maatlat al kunt toepassen in projecten.
- Gebruik de maatlat als communicatie instrument om meer aandacht te vragen voor klimaatadaptatie bij collega’s.
- Betrek relevante afdelingen van je organisatie bij de toepassing van de maatlat
- Zorg dat de landelijke maatlat wordt geagendeerd in de raad.
- Wissel ervaringen uit met buurgemeenten: hoe gebruiken zij de maatlat?
Staat je vraag hier niet tussen? Dan kun je je vraag stellen via het contactformulier van dit kennisportaal.
Ja, het Rijk kijkt hoe het gebruikers van de maatlat beter kan ondersteunen. Ervaringen en behoeften uit de praktijk zijn daarbij het uitgangspunt. Zo maakt het Rijk samen met Stichting RIONED een hulpmiddel om de maatlat onderdeel te maken van de leidraden en handreikingen inrichting openbare ruimte (LIOR/HIOR). Daarnaast is het Rijk van plan om een aparte maatlat voor de bestaande gebouwde omgeving te ontwikkelen, in samenspraak met stakeholders. Ook werkt het Rijk aan wettelijke eisen voor wateroverlast en bodemdaling. De maatlat is daarvoor het uitgangspunt. Verder bekijkt het Rijk op basis van de nieuwste kennis of onderdelen van de maatlat moeten worden aangepast, en wanneer.
