Droogte
We spreken van droogte als het veel droger is dan normaal en als dat lang duurt. De bodem en bodemafhankelijke functies hebben dan meer water nodig dan er beschikbaar is. Droogte kan schade geven aan groen, aan funderingen, aan infrastructuur en aan de natuur. Door klimaatverandering wordt de kans op droge zomers groter.
Daarnaast zijn onze watersystemen vaak ontworpen om regenwater zo snel mogelijk af te voeren. In bebouwd gebied wordt de snelle afvoer van regenwater erger door verharding. Het water zakt daardoor minder goed in de bodem. Zo wordt het grondwater minder aangevuld.
Doel: Langdurige droogte leidt niet tot structurele schade aan bebouwing, funderingen, wegen, groen, water en vitale of kwetsbare functies.
Grondwaterstanden en zoetwaterbeschikbaarheid zijn sturend bij keuze functie, systeem en inrichting
Motiveer en toon aan met cijfers aan wat de gemeten grondwaterstanden zijn en welke standen je wilt bereiken. Het gaat om de gemiddeld hoogste en de gemiddeld laagste stand. Geef hierbij aan hoe de toekomstige ontwerppeilen van groen, gebouwen en infrastructuur zijn afgestemd op de verwachte daling van het grondwater. Breng ook de waterbehoefte van het het plan of ontwerp in beeld, nu en in de toekomst. Denk bijvoorbeeld aan hoeveel buffercapaciteit een groen dak op de lange termijn heeft, in mm per m2.
Meer informatie
Meer weten? Hieronder vind je informatie over de Handreiking decentrale regelgeving klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen, inrichten en beheren’ en over grondwaterstanden door de tijd heen.
Gemeenten kunnen dit doel vastleggen in het omgevingsplan, in een leidraad voor de openbare ruimte of in privaatrechtelijke overeenkomsten.
Een handige tool hierbij is de ‘Handreiking decentrale regelgeving klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen, inrichten en beheren’. Hiermee bepaal je hoe je klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen het beste kunt regelen. Ga naar de Handreiking decentrale regelgeving klimaatadaptatief en natuurinclusief bouwen, inrichten en beheren.
Meer weten over de grondwaterstand door de tijd heen? Op het DINOloket vind je grondwaterstanden van tientallen jaren, gemeten op vele duizenden plekken in Nederland.
Vergroten infiltratie en minimaliseren verharding
Vergelijk de situatie voor en na de ontwikkeling. Laat zien dat het grondwater op peil blijft door infiltratie. Laat ook zien dat de verharding na de ontwikkeling geen negatief effect heeft op de infiltratie.
Bouw je buiten de stad? Dan is de ontwikkeling infiltratieneutraal: het grondwater wordt evenveel aangevuld als vóór de ontwikkeling, ook al is er meer verharding. Dit mag niet zorgen voor te veel grondwater (grondwateroverlast). Kijk daarbij naar de grondwatersituatie, de dichtheid van de bebouwing en het bodemtype.
Bouw je binnen de stad? Dan is de ontwikkeling infiltratiepositief: er is minder verharding (0 tot -10%) of meer infiltratie (0 tot +10%) dan vóór de ontwikkeling.
Groene daken tellen niet mee als verharding. Kies om de infiltratie te vergroten bij voorkeur voor groene oplossingen die de biodiversiteit versterken.
Meer informatie
Wil je meer weten over hoe je regenwater kunt laten infiltreren in stedelijk gebied? Ga naar het kaartverhaal Stedelijke Infiltratiekansen in de Klimaateffectatlas. Die geeft per locatie een eerst beeld van de mogelijkheden om infiltratie toe te passen.
Hergebruik van water, zuinig gebruik van drinkwater en verbeteren waterkwaliteit is onderdeel van het ontwerp
Motiveer in het ontwerp of plan hoe je water wilt hergebruiken, hoe je het gebruik van drinkwater beperkt en hoe je de waterkwaliteit wilt verbeteren. Stem dit af op de kenmerken van het gebied.
Deze richtlijn past ook bij de circulaire economie, omdat je zo de waterkringloop verbetert.
Meer informatie
Voor maatregelen en eisen voor zuinig drinkwatergebruik binnen gebouwen heeft het Rijk een apart plan opgesteld. Ga voor meer informatie naar het Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing.
Benutten en besparen, vasthouden en infiltreren, bergen, afvoeren
De voorkeursvolgorde voor maatregelen bestaat uit vier opties. Optie 1 is het meest wenselijk, optie 4 is het minst wenselijk:
- Benutten en besparen: benut regenwater en verminder het gebruik van drinkwater om de vraag naar water te verminderen.
- Vasthouden en infiltreren: vang regenwater op waar het valt. Laat het bijvoorbeeld infiltreren in de bodem.
- Bergen: sla water tijdelijk op en laat het daarna vertraagd en gecontroleerd weer los.
- Afvoeren: voer regenwater gecontroleerd af naar oppervlaktewater of naar het riool.
Meer informatie
Meer informatie over de voorkeursvolgorde als uitgangspunt voor ruimtelijke inrichting en waterbeheer vind je in het Nationaal Bestuursakkoord Water.
Wil je zien hoe je de voorkeursvolgorde juridisch kunt borgen en toepassen? Drie Brabantse waterschappen deden dit in hun Waterschapsverordening. Ga naar overheid.nl.
