Gebouwde omgeving en ruimtelijke ordening

De invloed van klimaatverandering op de gebouwde omgeving en ruimtelijke ordening wordt steeds groter: in steden krijgen we steeds meer te maken met hevige buien, hitte en droogte. Om de gebouwde omgeving aan deze veranderingen aan te passen, is het in ieder geval belangrijk dat we klimaatadaptatie verbinden aan andere grote opgaven, zoals de energietransitie, de woningbouwopgave of het vergroten van de biodiversiteit, en dat we daarin de samenwerking zoeken. Dat noemen we ook wel ‘meekoppelen’. Op deze pagina lees je welke gevolgen klimaatverandering heeft voor de gebouwde omgeving en ruimtelijke ordening, en wat we eraan kunnen doen. Ook vind je hier het bollenschema, dat een visuele samenvatting geeft van de gevolgen van klimaatverandering voor deze sector.

Wat kun je met het bollenschema?

Er is een interactieve en statische versie van het bollenschema. De interactieve versie geeft een toelichting bij de gevolgen, die je ook apart kunt downloaden. Hieronder leggen we uit wat je met de verschillende versies kunt.

  • Statisch bollenschema (pdf, 182 kB): Deze versie is handig als je een duidelijk overzicht voor je sector wilt van de effecten en gevolgen van klimaatverandering.
  • Interactief bollenschema: Deze versie kun je gebruiken om te verkennen wat de kansen en risico’s van klimaatverandering zijn voor de sector. Je kunt in- en uitzoomen met het vergrootglas onder het schema, en je kunt klikken op een gevolgbol voor toelichting. Daarin staat wat het gevolg inhoudt, wat de relatie is met andere sectoren en welke maatregelen het gevolg kunnen beperken. De toelichtingen kun je ook weer wegklikken.
  • Toelichting gevolgen (docx, 805 kB): In dit word-document vind je alle toelichtingen die ook in het interactieve bollenschema staan. Dit document is bijvoorbeeld handig als je bepaalde toelichtingen wilt gebruiken.

Je kunt beide bollenschema’s en de toelichting ook printen.

Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie is de uitvoering van de ambitie dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Hierin staat ook dat overheden vanaf 2020 klimaatadaptatie standaard meenemen bij afwegingen in de ruimtelijke ordening.

Wat zijn de grootste gevolgen van klimaatverandering?

In het bollenschema van de NAS kun je zien welke effecten klimaatverandering heeft voor de gebouwde omgeving en ruimtelijke ordening. Daaruit blijkt dat steden en dorpen vooral last hebben van de volgende effecten:

  • Een groot deel van het stedelijk gebied ligt in het overstromingsgevoelige deel van Nederland. Het kan een keer misgaan. In dat geval overstroomt er een gebied, ontstaat er schade en vallen mogelijk slachtoffers. Ook kunnen door een overstroming vitale en kwetsbare functies uitvallen.
  • Zware buien kunnen ernstige problemen veroorzaken in de stedelijke infrastructuur: de riolering en afwatering kunnen overbelast raken, en ook het vervoerssysteem en zelfs de voedseldistributie kunnen (deels) stil komen te liggen. Meer over de uitval van dit soort functies lees je in het dossier Vitale en kwetsbare functies.
  • Het aantal dagen met extreem hoge temperaturen neemt toe. De hittestress die dit veroorzaakt, heeft negatieve gevolgen voor het leven en de gezondheid van bewoners, vooral in dichtbevolkte steden en stadsdelen. Daar is het gemiddeld warmer dan op het platteland, onder andere doordat de warmte er door de verstening langer blijft hangen. Dat noemen we het ‘hitte-eilandeffect’.
  • Door de droge periodes in de afgelopen jaren versnelt de bodemdaling op een aantal plekken. Daardoor kan schade ontstaan aan de fundering van woningen:
    • Woningen die niet gefundeerd zijn op palen, maar op een constructie met beton of steen (fundering op staal) zijn gevoelig voor verschilzetting. Dat betekent dat ze door snelle bodemdaling kunnen scheefzakken. Daarvan is vooral sprake in klei- en veengebieden.
    • Bij woningen op houten palen kunnen de paalkoppen door de droogte eerder droogvallen. Daardoor gaan ze rotten, wat schade aan het gebouw kan veroorzaken.

De schade aan funderingen door droogte in stedelijk gebied begroot het Planbureau voor de Leefomgeving (2016) op minimaal 16 miljard euro. Een recent rapport van Deltares (2020) stelt zelfs dat de schade aan funderingen tot 2050 kan oplopen tot 54 miljard euro.

Wat kunnen we doen?

Als we ingrijpen in de gebouwde omgeving en ruimtelijke ordening, is het belangrijk om de omgeving ook meteen aan te passen aan het veranderende klimaat. Klimaatadaptatie moet meegenomen worden bij de bouw van nieuwe woningen en de aanleg van nieuwe woonwijken, de vervanging van riolen, de energietransitie en de herstructurering van wijken. Door samen te werken en opgaven te koppelen kun je kennis opbouwen, innoveren en tot geschikte adaptatiemaatregelen komen. Het Rijk heeft een aantal instrumenten ontwikkeld die decentrale overheden daarbij kunnen helpen:

  • Handreiking decentrale regelgeving klimaatadaptief bouwen en inrichten: Deze handreiking laat zien wat je als decentrale overheid kunt doen om klimaatadaptatie vast te leggen in beleid en ruimtelijke plannen. De huidige wet- en regelgeving biedt daar namelijk genoeg ruimte voor, zo stelt de werkgroep Verkenning (bouw)regelgeving t.b.v. klimaatbestendige inrichting in haar onderzoek.
  • In het ontwerp van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is ‘ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie’ één van de vier prioriteiten. Het uitgangspunt hierbij is dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Daarnaast is klimaatadaptatie expliciet opgenomen bij twee van de drie andere prioriteiten. De prioriteiten en uitgangspunten van de NOVI moeten doorwerking krijgen in de provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies.
  • Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) werkt aan een actieprogramma Klimaatadaptatie Gebouwde Omgeving. Dit programma komt in 2021 beschikbaar. Het is bedoeld voor overheden, de bouwsector en andere organisaties die betrokken zijn bij de gebouwde omgeving. Hieronder lees je bij welke samenwerkingsverbanden je nu al kunt aansluiten en welke voorbeelden en hulpmiddelen je kunnen helpen bij klimaatadaptatie in de gebouwde omgeving.

Welke samenwerkingsverbanden zijn er?

Je kunt meedoen aan de volgende samenwerkingsverbanden:

  • Platform KAN: Sinds de zomer van 2020 zijn Bouwend Nederland, NEPROM, NVB Bouw en het ministerie van BZK en RVO/DuurzaamDoor gestart met het platform KAN: klimaatadaptief bouwen mét de natuur. Ben je een projectontwikkelaar, bouwbedrijf of gemeente? En wil je kennis ontwikkelen en ervaringen delen over klimaatbestendig bouwen, waterberging, hittestress en biodiversiteit? Dan kun je je voor dit platform aanmelden.
  • Groene Huisvesters: Dit is een samenwerking tussen woningcorporaties, BZK, VNG, de Woonbond en Aedes om de verduurzaming van bestaande woningen te versnellen. Je kunt meedoen aan werksessies en excursies of je aanmelden bij de LinkedIn-groep. Op de website vind je ook een aantal boekjes voor woningcorporaties om klimaatadaptatie toe te passen.
  • Ook op regionaal niveau zijn er verschillende samenwerkingsverbanden, zoals het Convenant Klimaatadaptief Bouwen in Zuid-Holland.

Welke voorbeelden en hulpmiddelen zijn er?

Hieronder vind je een lijst van voorbeelden en hulpmiddelen die je verder kunnen helpen:

Voorbeelden en hulpmiddelen over natuurinclusief bouwen

Klimaatadaptief bouwen kan samengaan met vergroenen en het vergroten van de biodiversiteit. Deze vorm van bouwen noemen we ook natuurinclusief bouwen. Vergroenen helpt, maar meer groen is niet altijd beter en zorgt ook niet automatisch voor meer biodiversiteit: je moet rekening houden met de omstandigheden. Er zijn verschillende voorbeelden en hulpmiddelen die je op weg kunnen helpen bij natuurinclusief bouwen: