Gevolgbeperking overstromingen

Nederland is een laagliggende Delta en van oudsher gevoelig voor overstromingen vanuit beken, vaarten, rivieren en zee. In de loop der eeuwen is een systeem van waterkeringen opgebouwd dat Nederland droog houdt. Dit systeem bestaat uit dijken, dammen en duinen.

Nederland kent een meerlaagsveiligheidsbenadering. Het concept ‘meerlaagsveiligheid’ is voor het eerst beschreven in het Nationaal Waterplan van 2009. Daarmee veranderde het Nederlandse waterveiligheidsbeleid. Het gaat niet meer alleen om het voorkómen van overstromingen door dijken en dammen (laag 1), maar ook om het beperken van de eventuele gevolgen door maatregelen in de ruimtelijke inrichting (laag 2), en om het beheersen van rampen (laag 3).

De waterkeringen en ingrepen om rivieren de ruimte te geven, zorgen ervoor dat de kans op een overstroming klein is. Wat de kans op de doorbraak van een kering mag zijn, is bepaald door middel van een risicobenadering. In het algemeen geldt: hoe groter de gevolgen zijn als een waterkering doorbreekt, hoe kleiner de kans mag zijn dat dit gebeurt. Maar het kán een keer misgaan. In dat geval overstroomt er een gebied, ontstaat schade en vallen mogelijk slachtoffers. Op pagina 76 van de Nationale Omgevingsvisie (pdf, 5.7 MB) wordt richting gegeven aan de gewenste omgang met deze gevolgen door onderstaande beleidskeuze:

Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Bij (her)ontwikkelingen wordt voorkomen dat het risico op schade en slachtoffers door overstromingen of extreem weer toeneemt, voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is.”

Een slimme inrichting bij (her)ontwikkeling van een gebied kan de schade en het aantal slachtoffers beperken. Voorbeelden hiervan zijn ophoging van het maaiveld bij nieuwe ontwikkelingen, drempels die instroom van water in gebouwen tegengaan, een verhoogde aanleg van een weg of de aanwezigheid van voldoende hoger gelegen vluchtplekken in de omgeving.

In de meerlaagsveiligheidsbenadering zijn Rijkswaterstaat en de waterschapen niet langer alleen verantwoordelijk voor waterveiligheid door aanleg en beheer van dijken, dammen en duinen. Ook gemeenten, provincies en (nuts)bedrijven hebben de verantwoordelijkheid om bij te dragen aan waterveiligheid. Dit doen ze door in te zetten op beperking van de gevolgen van een mogelijke overstroming door een slimme ruimtelijke inrichting en door samenwerking op het gebied van crisisbeheersing. Daarnaast moet in de huidige ruimtelijke ontwikkelingen ook al rekening worden gehouden met zeespiegelstijging op de lange termijn. Hierdoor voorkomen we dat we de kwetsbaarheid van ons land naar de toekomst niet onnodig verhogen.

Wil je meer informatie over gevolgbeperking overstromingen, de mogelijke maatregelen die je kunt nemen en concrete voorbeelden? Bekijk dan de themapagina overstroming, onderstaande animatie en de Kenniskrant 'Hoog Water' met vele links naar verdere achtergrondinformatie.

Vitale en kwetsbare functies nemen een bijzondere positie in bij het thema ‘overstromingen’. Vitale en kwetsbare functies zijn functies waarvan de uitval door een overstroming leidt tot ernstige schade voor mens, milieu of economie. Of het zijn functies die juist noodzakelijk zijn voor het herstel van een gebied na een overstroming. Denk daarbij aan functies zoals de drinkwatervoorziening, energievoorziening en ziekenhuizen..

Overstromingsrisico = kans x gevolg

Het waterveiligheidsbeleid is gebaseerd op een risicobenadering. Hierbij wordt het risico bepaald door de kans op een gebeurtenis en de gevolgen ervan. Dit vertaalt zich in ‘meerlaagsveiligheid’ als beleid. De eerste laag is het beperken van de kans op een overstroming door waterkeringen. De tweede laag richt zich op het beperken van de gevolgen door ruimtelijke inrichting. De derde laag richt zich op het beperken van gevolgen door rampenbestrijding (crisismanagement en herstel). Soms levert een ingreep in de tweede laag (bijvoorbeeld de inrichten van hoogwatervrije shelters) een bijdrage aan de derde laag.

De eerste laag is dominant in het waterveiligheidsbeleid Er wordt actief geïnvesteerd in versterking van de waterkeringen want het voorkomen van een overstroming is de meest efficiënte manier om het risico te verkleinen.

Gevolgbeperking van overstromingen vult aan op de bescherming die door de waterkeringen geboden wordt. Door middel van slim inrichten bij (her)ontwikkelingen en daarbij aansluitend op het overstromingsrisico wat ook met waterkeringen nog aanwezig is. Zo wordt voorkomen dat het risico op schade en slachtoffers door overstromingen of extreem weer toeneemt.

Gebruik basisinformatie

De basisinformatie over de kwetsbaarheid van Nederland voor overstromingen bestaat uit meerdere soorten kaarten en geeft veel inzicht. Raadpleeg ten minste de kaarten en kaartverhalen in de Klimaateffectatlas.

Op de kaartwijzer hieronder en via het kaartverhaal 'Kaartwijzer' zie je hoe je deze informatie het beste kunt gebruiken afhankelijk van de vragen die je hebt. Als je een indruk wilt krijgen van de overstromingsrisico’s in je gemeente, provincie of regio gebruik je andere informatie dan wanneer je geïnteresseerd bent in een specifieke locatie waar je bijvoorbeeld wilt bouwen, of als je wilt kijken hoe kwetsbaar een bepaalde vitale functie is. Daarnaast is het altijd verstandig om na een eerste analyse met de Klimaateffectatlas in gesprek te gaan met de waterbeheerder. Zij hebben vaak detailinformatie beschikbaar.

image001

Download de afbeelding in hoge resolutie als PNG (png, 286 kB).