Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie

Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (2018) is gebaseerd op de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie uit 2015. Deze Deltabeslissing moet elke zes jaar opnieuw worden herijkt. Dat betekent dat hij opnieuw wordt beoordeeld en aangepast. Op 15 september 2020 heeft de deltacommissaris een voorstel gedaan aan het kabinet voor de eerste herijkte Deltabeslissing. Hieronder lees je meer over de Deltabeslissing en de herijking ervan.

Wat is de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie?

Met de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie heeft Nederland in 2015 besloten dat het Rijk, de provincies, gemeenten en waterschappen samen de ambitie vastleggen dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Zo mogen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen de risico’s door extreem weer en overstromingen niet verder toenemen. En moeten we de bestaande ruimte zo beheren en onderhouden dat de kans op schade en slachtoffers afneemt. Deze Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie maakt deel uit van het Deltaprogramma.

Wat is het Deltaprogramma?

In het Deltaprogramma staan de plannen van de overheid om Nederland in de toekomst te beschermen tegen overstromingen vanuit de zee en rivieren, en om te blijven zorgen voor genoeg zoetwater. Daarnaast staan er plannen in om alle steden, dorpen en buitengebieden op zo’n manier in te richten dat Nederland voorbereid is op de gevolgen van toenemende hitte, droogte en extreme neerslag. Het programma bestaat uit drie plannen: het Deltaplan Waterveiligheid, het Deltaplan Zoetwater en het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie.

Waarom is de Deltabeslissing herijkt?

Omdat de werkelijkheid steeds verandert en er steeds nieuwe inzichten ontstaan, heeft de overheid in 2015 ook afgesproken om de deltabeslissing elke zes jaar te laten herijken. In het Nationaal Deltaprogramma 2021 lees je de eerste herijking van de deltabeslissing. Hierin doet de Deltacommissaris voorstellen om de deltabeslissing aan te passen. Je kunt deze herijking in zijn geheel lezen op de website van de Deltacommissaris.

Wat zijn de belangrijkste voorstellen uit de eerste herijking?

Dit zijn de belangrijkste voorstellen uit de eerste herijking:

  • Om Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in te richten hebben we tussendoelen nodig. Deze tussendoelen zijn:
  • Klimaatbestendig en waterrobuust inrichten is vanaf 2020 een vast onderdeel in al het beleid en handelen van het Rijk, de provincies, gemeenten en waterschappen.
  • Al deze overheden maken met behulp van een stresstest een analyse om te weten hoe kwetsbaar hun eigen gebied is. De resultaten van de stresstest bespreken ze samen met andere betrokken partijen in een risicodialoog. Daarin stellen ze samen een adaptatiestrategie met concrete doelen op. Om ervoor te zorgen dat ze die doelen bereiken, maken ze ook een uitvoeringsagenda.
  • Klimaatbestendig en waterrobuust inrichten moet onderdeel zijn van alle werkzaamheden in de ruimtelijke inrichting. Om ervoor te zorgen dat provincies gebieden voortaan klimaatadaptief en waterrobuust inrichten, leggen zij dit uiterlijk in 2022 in hun omgevingsvisie vast. Gemeenten doen dat uiterlijk in 2024.
  • Eind 2021 heeft het Rijk stresstesten laten uitvoeren voor nationale vitale en kwetsbare functies. Eind 2023 heeft ze hiervoor een realistische ambitie opgesteld en die ook vastgelegd.
  • In de deltabeslissing staat precies wat er wordt bedoeld met ‘klimaatbestendig’ en ‘waterrobuust’.
  • Alle overheden doen hun best om de ambities te realiseren op basis van hun verantwoordelijkheden, bevoegdheden en mogelijkheden.
  • De overheden stimuleren en faciliteren klimaatadaptatie door samen kennis te ontwikkelen en die kennis te delen. Ze werken samen op lokaal, regionaal, nationaal en internationaal niveau en benutten meekoppelkansen.
  • De overheden zorgen er samen met aanbieders en beheerders voor dat vitale en kwetsbare functies in 2050 beter bestand zijn tegen overstromingen. Ook moeten vitale en kwetsbare functies bestand zijn tegen de gevolgen van wateroverlast, hitte en droogte. Zo voorkomen we dat de maatschappij ontwricht kan raken door extreem weer.
  • De overheden weten wat ze moeten doen bij calamiteiten.
  • De overheden blijven de deltabeslissing elke zes jaar herijken. Zo kunnen ze de voortgang evalueren en waar nodig de uitvoering of de strategie ervan bijstellen.