Wat zijn de gevolgen van toenemende droogte?

Als de vraag naar water groter wordt dan het water dat beschikbaar is, ontstaat er een watertekort. Er is dan niet voldoende water voor alle functies. De gevolgen zijn niet overal hetzelfde. Hieronder lees je meer over de regionale verschillen en de gevolgen van droogte voor verschillende sectoren.

De Deltascenario’s Vlug, Stoom, Warm en Ruim geven vier toekomstbeelden van hoe watertekort en andere wateropgaven in Nederland kunnen veranderen. Alle vier de scenario’s laten zien dat de wateropgaven flink groter worden. Maar de ernst hiervan hangt voor een groot deel af van hoeveel CO2 er wordt uitgestoten en hoe sterk de Nederlandse bevolking en economie groeien.

Gevolgen verschillen per gebied

Niet elke plek is even gevoelig voor de gevolgen van droogte. Er zijn bijvoorbeeld verschillen tussen hoog en laag Nederland. Hoog Nederland bestaat uit de hoger gelegen zandgronden in het midden, oosten, zuiden en deels ook in het noorden van Nederland. Deze gebieden hebben snel te maken met een tekort aan water, doordat hier minder water vanuit de rivieren kan worden aangevoerd. Laag Nederland bestrijkt het westelijk deel van Nederland. In laag Nederland wordt de grondwaterstand vooral bepaald door peilbeheer, waarbij het oppervlaktewaterpeil kunstmatig wordt beheerd. Een gevolg van droogte voor dit gebied is onder andere dat de waterkwaliteit afneemt, bijvoorbeeld door verzilting. Gebieden met klei- en veenbodems krijgen bij droogte vooral te maken met bodemdaling, veenoxidatie en funderingsproblemen. Om beter inzicht te krijgen in de oorzaken en gevolgen van droogte in een bepaald gebied, kun je gebruikmaken van de Droogteketen.

Wil je weten welke gevolgen droogte kan hebben voor jouw gebied? Ga dan naar de droogtekaarten in de Klimaateffectatlas. De kwetsbaarheid van een gebied kun je zelf in kaart brengen met behulp van de Bijsluiter gestandaardiseerde stresstest.

Wat zijn de gevolgen en risico’s voor hoog Nederland?

In hoog Nederland kan vaak geen water vanuit de rivieren worden aangevoerd. Hier zijn gebruikers volledig afhankelijk van neerslag en grondwater. Deze gebieden hebben daardoor eerder te maken met watertekorten, met droogtestress tot gevolg. Droogtestress ontstaat wanneer de bodem zo ver uitdroogt, dat planten niet meer goed kunnen verdampen. Droogtestress kan ertoe leiden dat de plant deels of helemaal afsterft. In de landbouw leidt droogtestress tot een afname van de gewasopbrengst. Gewassen die slecht tegen droogte kunnen, zijn bijvoorbeeld groenten, aardappelen en bieten. Ook voor de natuur zijn de gevolgen groot. Soorten kunnen lokaal uitsterven, de kans op natuurbranden neemt toe, en vennen en beken kunnen sneller droogvallen. Wanneer de bodem ver is uitgedroogd kan het water ook minder goed infiltreren. Bij hoosbuien kan dit leiden tot wateroverlast.

Wat zijn de gevolgen en risico’s voor laag Nederland?

In laag Nederland kan wel water uit de rivieren en andere zoetwaterbronnen worden aangevoerd, zoals vanuit het IJsselmeer. Maar ook dat heeft beperkingen. Dat blijkt ook uit de stresstest die voor het IJsselmeergebied is uitgevoerd (pdf, 3.9 MB). Tijdens een droge zomer stijgt de watervraag en is de rivierafvoer laag. Bij zoetwatertekorten ontstaat in de kustprovincies een extra probleem: verzilting. Bij verzilting wordt het grond- en oppervlaktewater zouter. Dit komt doordat tijdens droogte en lage rivierafvoeren zeewater verder landinwaarts kan trekken. Voor verschillende functies die afhankelijk zijn van zoetwater is verzilting een probleem. Bijvoorbeeld voor de drinkwatervoorziening, maar ook voor de bollenteelt, natuur, landbouw en industrie. Verzilting treedt ook op in de grote rivieren zoals de Rijn en de Maas, waardoor het probleem zich niet beperkt tot alleen de kustgebieden.

Welke risico’s zijn er voor klei- en veengebieden?

Droogte kan bodemdaling versterken. Minder water in de bodem zorgt ervoor dat de bodem samendrukt. Dit proces heet ‘krimp’. Als er weer meer regen valt kan een deel weer zwellen, maar een deel blijft samengedrukt. Dat laatste heet ‘klink’ of ‘inklinking’. Door de samendrukking daalt de bodem. Daarnaast vindt veenoxidatie plaats. Als de grondwaterstand daalt en veen droog komt te liggen, komt het in contact met zuurstof. In contact met zuurstof verteert het veen en verdwijnt het. Hierdoor daalt de bodem nog verder. Ook komen er bij dit proces veel broeikasgassen vrij. Bodemdaling door droogte kan ook leiden tot verzakking en scheuren in gebouwen, wegen en dijken. Als een dijk scheurt, dreigt er overstromingsgevaar voor bewoners achter de dijk. Daarnaast kan droogte zorgen voor problemen met houten funderingen. Oudere woningen in klei- en veengebieden hebben vaak een fundering van houten palen. Deze palen moeten onder water staan om te voorkomen dat ze in contact met zuurstof gaan rotten en schimmelen. Bij droogte kunnen deze funderingen droog komen te staan. Dit veroorzaakt paalrot en verzakkingen. In het kaartverhaal Risicokaarten funderingen van de Klimaateffectatlas zie je welke gebieden risico lopen op funderingsschade.

Gevolgen verschillen per sector

Bij verschillende sectoren kan droogte hinder of schade veroorzaken, vooral in de zomer als de vraag naar water hoger is. Als er langere tijd geen regen valt, kan er in sommige delen van het land minder water worden aangevoerd via rivieren. Die aanvoer is belangrijk om de grondwaterstand op peil te houden en droogte tegen te gaan. Bij te weinig regen wordt er bovendien vaak extra grondwater of oppervlaktewater opgepompt. Dat zorgt voor een nog drogere bodem en voor een slechtere waterkwaliteit. Ook kunnen er tijdens droogte problemen ontstaan in de industrie en energievoorziening door een gebrek aan koelwater, en bij de binnenvaart door een lage waterstand in de rivieren. Verder kan het cultureel erfgoed beschadigd raken, zoals schade aan groen in monumentale lanen en parken, en verzakkingen en scheuren aan monumentale gebouwen door bodemdaling. Het bollenschema ‘Het wordt droger’ (pdf, 253 kB) van de Nationale Adaptatiestrategie (NAS) geeft een overzicht van de gevolgen van droogte voor de verschillende sectoren. Met de NAS Adaptatietool kun je een eigen bollenschema maken voor droogte.

Wat zijn de gevolgen voor de landbouw?

Tijdens een periode van droogte is er onvoldoende water beschikbaar voor de landbouw. Bij watertekorten kan een beregeningsverbod worden opgelegd. De droogte kan leiden tot schade aan gewassen. Vooral landbouwgebieden op de hoge zandgronden lopen risico op droogteschade. De Klimaatschadeschatter geeft een schatting van de schadekosten voor droogte in de periode van 2018 tot 2050. Voor de landbouw wordt gekeken naar lagere gewasopbrengsten en oogstschade. Als we uitgaan van een zelfde klimaat als nu, dan kost droogteschade aan de landbouw Nederland tot 2050 tussen de 24 en 47 miljard euro. De ondergrens houdt rekening met beregening en de bovengrens kijkt naar de situatie zonder beregening. Bij sterke klimaatverandering komt de droogteschade tussen de 23 en 51 miljard euro. In dit scenario is rekening gehouden met veranderd landgebruik, bijvoorbeeld omdat het grond- en oppervlaktewater door droogte zouter wordt. Dit noemen we ook wel verzilting. Je kunt het landgebruik daarop aanpassen en gewassen verbouwen die geschikt zijn voor zoute grond, zoals zeekool en zeekraal.

Wat zijn de gevolgen voor de natuur?

Uitdroging van de bodem en het dalen van de grondwaterstand heeft grote gevolgen voor de natuur. Dit is ook de conclusie van een onderzoek naar de droogte van 2018 en 2019 op de hoge zandgronden. In dit onderzoek gaven natuurbeheerders aan dat de droogte matige tot grote schade aan de natuur had veroorzaakt. Vooral beken, vennen en bronnen hadden veel schade. Maar ook fijnspar, struikheide en beekvissen hadden het zwaar. Doordat de totale natuur in Nederland zwaar onder druk staat, is de veerkracht van de natuur sterk afgenomen. De droogtegevoeligheidskaart in de Klimaateffectatlas laat zien welke gebieden in Nederland gevoelig zijn voor droogte. De grotere kans op extreme droogte en hitte en een droge oostenwind in combinatie met een kwetsbaardere natuur verhoogt ook de kans op natuurbranden. Het herstel van een natuurgebied na een brand duurt jaren.

Intense of langdurige droogte en natuurbranden kunnen grote sterfte onder dieren en planten veroorzaken of juist de vestiging van nieuwe soorten bevorderen. Ook verzilting kan schadelijk zijn voor bepaalde natuurtypen en kan de leefgebieden van vis- en plantensoorten doen verschuiven.

Wat zijn de gevolgen voor de gebouwde omgeving?

Veel gemeenten richten het stedelijk gebied groener in, omdat groen bijdraagt aan een klimaatbestendigere en gezondere omgeving. Meer groen in de gebouwde omgeving kan droogte beperken, omdat er meer water in de grond kan wegzakken. Tegelijk vormt droogte een bedreiging voor dit groen, omdat het door watertekorten droogteschade kan oplopen. Droogte zorgt daarmee bijvoorbeeld voor hogere beheer- en onderhoudskosten van het openbaar groen. In het onderzoeksrapport Klimaat en Watervraag Stedelijk Gebied vind je per landschapstype een factsheet met daarin de belangrijkste conclusies over hoe de stedelijke watervraag zich in de toekomst zal ontwikkelen.

Wat zijn de gevolgen voor de gezondheid?

Droogte kan negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid. Een aantal voorbeelden:

  • Tijdens droogte is er meer fijnstof in de lucht omdat die er niet uit regent. Fijnstof komt in de lucht door sterke vervuilers, zoals autoverkeer, houtkachels en barbecues. Vooral mensen met longproblemen hebben last van fijnstof.
  • Als het na een droge periode hevig regent, kan dat infectieziektes veroorzaken bij mensen en dieren. Dat kan gebeuren als er overstorten van het riool ontstaan, wat bij droogte eerder gebeurt omdat het water minder goed in droge grond kan wegzakken. Door riooloverstorten kan er vervuild water in het oppervlakte- en grondwater terechtkomen en ook op straat komen te staan.
  • Tijdens droge periodes verdampt water sneller waardoor er hogere concentraties van vervuilende stoffen in het oppervlaktewater zitten. Het is dan moeilijker om het water te zuiveren tot schoon drinkwater.

Hulpmiddelen om gevolgen in beeld te krijgen

Droogte kent veel verschillende oorzaken en gevolgen, en is daarom een lastig probleem. Om tot oplossingen te komen is het belangrijk om eerst inzicht te krijgen in de verschillende oorzaken, gevolgen en de relaties daartussen. De Droogteketen is daarbij een handig hulpmiddel. Deze visualisatie laat per sector zien welke gevolgen droogte kan hebben en waardoor die gevolgen veroorzaakt worden. Wil je de gevolgen van droogte voor de verschillende sectoren graag in één overzicht bij elkaar zien? Gebruik dan het bollenschema ‘Het wordt droger’ (pdf, 253 kB) van de Nationale Adaptatiestrategie (NAS) . Met de NAS Adaptatietool kun je ook een eigen bollenschema maken voor droogte.